woensdag 5 februari 2014

Lakeman: falende SNS-commissarissen Nijhuis en Wijngaarden moeten weg


Voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) wil dat minister Dijsselbloem van Financiën de commissarissen Jos Nijhuis en Ludo Wijngaarden van SNS Reaal vervangt. Beiden werden in 2009 vanwege hun financiële deskundigheid commissaris bij SNS Reaal. Volgens Lakeman hebben zij als toezichthouder ernstig gefaald. Mede door hun 'lakse houding en een gebrek aan adequaat optreden' ging de bank ten onder en werd nationalisatie onontkoombaar, schrijft Lakeman in een brief aan Dijsselbloem. Hij vraagt de minister om Nijhuis en Wijngaarden te vervangen.
Uit het recent gepubliceerde rapport van de Evaluatiecommissie Nationalisatie SNS Reaal blijkt volgens Lakeman dat de bank zélf primair de oorzaak is van haar bijna-ondergang. Zo werden adviezen van onder meer De Nederlandse Bank om de bakens te verzetten genegeerd. De evaluatiecommissie beklemtoont dat Wijngaarden (voormalig ING-bankier) en zijn mede commissaris Nijhuis (voormalig bestuursvoorzitter accountant PwC en thans bestuursvoorzitter Schiphol) in 2009 vanwege hun financiële expertise als aanwinsten werden gezien. Des te vreemder is het in de optiek van Lakeman dat het tweetal ondanks een hard en kritisch oordeel van de evaluatiecommissie aanblijft als commissaris.
Wijngaarden is in 2009 - net als zijn collega Charlotte Insinger - benoemd op voordracht van de Staat. Het vervroegd wegsturen van deze 'eigen' commissarissen zou op zich als gedeeltelijke schulderkenning kunnen worden opgevat, aldus Lakeman. Dat geldt overigens niet voor de op voordracht van de Raad van Commissarissen benoemde Nijhuis. De bij hun entree als financieel deskundigen geprofileerde Nijhuis en Wijngaarden worden juist op hun eigen vakgebied geconfronteerd met harde kritiek van de evaluatiecommissie. Die spreekt onder meer van het in de periode 2009-2011vaststellen van te optimistische jaarrekeningen en het ondanks adviezen van De Nederlandse Bank niet nemen van maatregelen om SNS Reaal van de ondergang te redden.
Naar het oordeel van Lakeman deed de Raad van Commissarissen niets om het tij te keren. Hij is van mening dat de commissarissen faalden en in het bijzonder Nijhuis en Wijngaarden. Zij waren immers vanwege hun specifieke financiële kennis aangetrokken. Lakeman onderschrijft de stelling van de evaluatiecommissie dat veel eerder had moeten worden begonnen met het zoeken naar kopers voor de verzekeringstak van SNS Reaal. Het lijkt hem 'moeilijk te verdedigen dat Nijhuis en Wijngaarden nog langer in functie blijven als commissaris bij SNS Reaal'. Hij vraagt minister Dijsselbloem daarom hen onmiddellijk te vervangen. Van die vervanging kan een positief signaal naar de financiële markten uitgaan, aldus Lakeman.

vrijdag 25 oktober 2013

Lakeman blijft KPMG vervolgen

Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) heeft beroep aangetekend tegen de tuchtuitspraak van de Accountantskamer inzake het handelen van een KPMG-accountant in de derivatenzaak Vestia. SOBI is op zich tevreden over het feit dat de accountant op 19 augustus een berisping kreeg wegens het onvoldoende controleren van de derivatenportefeuille van Vestia waardoor de corporatie ruim 2 miljard euro verlies leed. Maar SOBI-voorzitter Pieter Lakeman meent dat de Accountantskamer óók een uitspraak had moeten doen over de onjuiste waardering door de accountant van de rentederivaten.
In het beroepschrift van SOBI wordt aangevoerd dat de KPMG-accountant zijn beroep in diskrediet heeft gebracht. Hij deed dat door ‘het goedkeuren van een jaarrekening waarin misleidende informatie over verhandelde rentederivaten en een te hoog resultaat en eigen vermogen’ waren opgenomen. SOBI meent dat de fouten van KPMG niet het gevolg zijn van het onvolledig bijhouden van het controledossier of een onvolledige controle, maar voortvloeien uit het onjuist lezen en/of toepassen van waarderingsregels.
Pieter Lakeman stelt dat de Accountantskamer dat verschil miskent en vindt het onjuist dat eerder op dit punt door hem ingediende klachten zijn genegeerd. De Accountantskamer beperkte zich volgens Lakeman ten onrechte tot een uitspraak over de ontoereikende controle door KPMG en het onvoldoende bijhouden van een controledossier: “Men richt zich primair op puur administratieve aspecten die maatschappelijk gezien van veel minder belang zijn dan zwaarwegende zaken als misleidende jaarrekeningen en onjuiste jaarcijfers. Er wordt te veel naar allerlei regeltjes en te weinig naar de echte inhoud gekeken. Die verontrustende trend wordt steeds sterker. Als de procedures maar deugen, doet de inhoud er blijkbaar minder toe.”
De Accountantskamer ging volgens SOBI ten onrechte voorbij aan een zwaarwegende zaak als de onjuiste waardering van rentederivaten, zogenaamd omdat de Accountantskamer eerder al zou hebben geconstateerd dat er onvoldoende controle was uitgeoefend. De beperktere taakopvatting van de Accountantskamer leidt er in de optiek van SOBI toe dat men steeds terughoudender wordt met het bestraffen van accountants die onjuiste jaarrekeningen hebben goedgekeurd. SOBI vreest dat de Accountantskamer zich –  mede onder invloed van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), die vrijwel uitsluitend klaagt over procedureschendingen – vooral  richt op strikt procedurele zaken als de volledigheid van dossiers en controletechnieken en te weinig op  essentiële zaken als het ten onrechte goedkeuren van onjuiste waarderingsregels.
De Accountantskamer heeft zich ook niet verdiept in de vraag of KPMG het accountantsberoep in diskrediet heeft gebracht door verkeerde waarderingsregels toe te passen. Terwijl KPMG in een eerder stadium nota bene zélf besloot om haar aanvankelijk afgegeven goedkeurende verklaring weer in te trekken. De zaak KPMG/Vestia kwam aan het rollen toen SOBI op 2 mei 2012 een klacht wegens onjuiste waardering van rentederivaten had ingediend. Een half jaar na de SOBI-klacht volgde die van de AFM en later ook nog een van Vestia.

Curatoren DSB dienen claim in bij DNB

De curatoren van de in 2009 failliet verklaarde DSB Bank dienen samen met gedupeerde partijen een claim in bij De Nederlandsche Bank (DNB). Dat meldt het ANP. Zij achten de toezichthouder aansprakelijk voor de schade die schuldeisers lijden als gevolg van het faillissement. Het gaat om een gebundelde claim van de curatoren en de Vereniging DSBspaarder.nl, Vereniging DSBdepositos.nl en Stichting Belangen Rechtsbijstandverzekerden DSB.

woensdag 28 augustus 2013

Deel documenten onderzoek lekken informatie DSB hoeft niet openbaar

De minister van Veiligheid en Justitie mocht weigeren het merendeel van de documenten uit het zogenoemde 'onderzoek Barcelona' openbaar te maken. In dat Rijksrecherche-onderzoek stond de vraag centraal hoe RTL Nieuws in december 2009 de beschikking had gekregen over vertrouwelijke stukken van De Nederlandsche Bank over de DSB Bank. Wel moet minister Opstelten een proces-verbaal van de Rijksrecherche en een passage uit een ander proces-verbaal openbaar maken. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (28 augustus 2013). Tegen de uitspraak van de Raad van State is geen hoger beroep mogelijk.
RTL Nederland had de minister op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gevraagd alle processen-verbaal van de Rijksrecherche en alle onderliggende informatie openbaar te maken die betrekking hebben op het onderzoek van de Rijksrecherche naar het lekken van vertrouwelijke informatie over de DSB bank naar RTL Nieuws.
Hoewel de minister enkele documenten (gedeeltelijk) openbaar heeft gemaakt, heeft hij openbaarmaking van het merendeel van de documenten geweigerd. Naar het oordeel van de Raad van State mocht hij dit doen. Daarbij is van belang dat na het sluiten van het 'onderzoek Barcelona' een oud-bestuurder van de DSB Bank aangifte heeft gedaan tegen De Nederlandsche Bank. De minister heeft aannemelijk gemaakt dat de informatie uit het Rijksrecherche-onderzoek 'van belang kan zijn voor enige beslissing die naar aanleiding van de nieuwe aangifte moet worden genomen en dat openbaarmaking hiervan ertoe kan leiden dat de opsporing en vervolging van strafbare feiten wordt gefrustreerd', aldus de hoogste bestuursrechter. De minister mocht het belang van opsporing en vervolging dan ook zwaarder laten wegen dan het publieke belang bij openbaarmaking van de informatie.
De rechtbank in Amsterdam oordeelde in juni 2012 nog dat de minister een aantal passages in drie documenten alsnog openbaar moest maken. Dat is nu van de baan.
De minister moet wel een proces-verbaal van de Rijksrecherche openbaar maken over een kort geding tussen De Nederlandsche Bank en RTL Nederland. Verder moet een passage openbaar worden gemaakt uit een samenvatting van de bevindingen van het onderzoek van de Rijksrecherche tot dan toe. De Raad van State is van oordeel dat zowel het proces-verbaal als de passage uit de samenvatting informatie bevat die vergelijkbaar is met informatie die wel openbaar gemaakt is en openbaarmaking daarvan daarom niet achterwege mocht blijven.
Het 'onderzoek Barcelona' bestaat uit in totaal 59 documenten. Eén daarvan heeft de minister volledig openbaar gemaakt, 29 documenten zijn gedeeltelijk openbaar gemaakt. De rest is geweigerd of was al in het bezit van RTL Nederland.

maandag 24 juni 2013

'Raad Haarlemmermeer riskeert willens en wetens megaclaim Chipshol'

De gemeenteraad van Haarlemmermeer beslist eind juni over de omlegging van de A9. Het tracé is strijdig met een eerder ontwikkelde 'Beste Variant'. Daarover maakten de gemeente, de Dorpsraad Badhoevedorp en Chipshol afspraken. De gemeente wil die nu schenden. Daardoor sneuvelen plannen van gebiedsontwikkelaar Chipshol voor een airport city bij Badhoevedorp. Chipshol is woedend en zal gemeenteraadsleden, als men willens en wetens afspraken schendt, aansprakelijk stellen voor de megaschade die het bedrijf daardoor lijdt.
De gemeente heeft blijkens haar gedrag inzake de A9-omlegging niets geleerd van de geruchtmakende affaire rond het zogenoemde Groenenberg-terrein. Chipshol probeerde jarenlang om deze bij Schiphol gelegen locatie te ontwikkelen, maar werd daarbij stelselmatig onrechtmatig tegengewerkt door de provincie Noord-Holland en sinds 2002 ook de gemeente Haarlemmermeer. De Haarlemmermeerse gemeenteraad stelde pas jaren later te zijn misleid door het college van burgemeester en wethouders en betuigde in een motie spijt voor dit wangedrag. De gemeente trof daarom in 2007 op kosten van de belastingbetaler een minnelijke regeling met Chipshol waarin zij zich verplichtte voortaan constructieve medewerking aan plannen van Chipshol te verlenen.
Die belofte wordt nu geschonden. Van een constructieve medewerking is geen sprake. Integendeel, de airport city dreigt als gevolg van een foute tracékeuze voor de A9-omlegging te worden getorpedeerd. Al in 1989 werd door de gemeente Haarlemmermeer, Chipshol en de Schiphol Area Development Company, SADC) afgesproken dat bij Badhoevedorp een airport city zou komen. Om die ontwikkeling mogelijk te maken wilde men de A9-omlegging op 1200 meter afstand van Badhoevedorp realiseren. Zodat in het gebied tussen dorp en weg voldoende ruimte overbleef voor de als geluidsbuffer fungerende, deels groene airport city. In 1992 ging de gemeenteraad van Haarlemermeer unaniem akkoord met het bijpassende tracé, dat brede steun kreeg en daarom als 'Beste Variant' werd aangemerkt.
De verantwoordelijk wethouder stelt nu aan de gemeenteraad voor die variant te schrappen en wil - zonder enige planologische onderbouwing - een A9-tracé aanleggen op slechts 600 meter van Badhoevedorp. Met alle funeste gevolgen van dien voor Chipshol en bewoners aan de zuidkant van het dorp. De door de gemeente beloofde afname van geluidshinder en vervuiling wordt niet meer gerealiseerd. Er zal eerder sprake zijn van een toename. En van het samenhangend ontwikkelen van de airport city komt door een versnippering van het gebied niets terecht. Overigens zal de omlegging van de A9 grotendeels op te onteigenen grond van Chipshol moeten worden gerealiseerd. De grondposities van Schiphol Real Estate (SRE, het vastgoedbedrijf van de luchthaven) blijven dankzij een met chirurgische precisie uitgekiende tracékeuze volledig buiten schot. Een gedegen financiële onderbouwing van de nu door de verantwoordelijk wethouder voorgestelde variant wordt niet gegeven. Dit aspect wordt alleen in beslotenheid besproken en kan derhalve niet in het openbaar worden getoetst.
De gemeenteraad van Haarlemmermeer moet eind deze maand over de zaak beslissen. Volgens Chipshol dreigt die (zoals ook in 2002 gebeurde) in meerderheid - net als het college van burgemeester en wethouders - een onrechtmatig en schadelijk besluit te gaan nemen dat zal leiden tot een miljardenclaim.
Directeur Peter Poot is woedend: "De raad is door ons uitvoerig geïnformeerd en weet van de hoed en de rand. Als raadsleden desondanks willens en wetens kiezen voor het schenden van de afspraken, zijn zij verantwoordelijk voor wanbeleid en staat het ons vrij daar met alle middelen tegenin te gaan. Dat heeft - in tegenstelling tot wat de burgemeester van Haarlemmermeer recent beweerde - niets te maken met ontoelaatbare druk of het beïnvloeden van het democratisch proces. Dat is een lachwekkend verwijt. Nota bene van een burgemeester wiens gemeente in de zaak Groenenberg jegens Chipshol op kosten van de belastingbetaler al eens een forse schadevergoeding moest betalen na een onrechtmatig besluit van de raad. Wat wij doen, is voor de laatste keer waarschuwen tegen de enorm schadelijke gevolgen van een onrechtmatig A9-besluit. Het is onacceptabel dat de belastingbetaler straks wéér opdraait voor het wanbeleid van een door raadsleden gesteund college."

zaterdag 25 mei 2013

‘Risico's Vestia al in 2009 duidelijk’

Als risicovolle derivaten in de jaarrekeningen 2008 en 2009 van woningcorporatie Vestia juist waren gewaardeerd, zou toen al duidelijk zijn geworden dat het eigen vermogen negatief was. Toezichthouders hadden dan al kunnen ingrijpen. Dat zei Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie donderdag in de accountantskamer in Zwolle in de tuchtzaak tegen de voormalige accountant van Vestia. Tegen de topman van Deloitte zijn ook door Vestia klachten ingediend.

woensdag 27 maart 2013

Geen schadevergoeding AFM aan klant failliete DSB bank

Toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) hoeft geen schadevergoeding te betalen aan een klant van de failliete DSB bank. Dat heeft het gerechtshof Amsterdam vandaag beslist. De klant had in 2008 een achtergesteld deposito bij de DSB bank afgesloten voor € 500.000. Door het faillissement van DSB bank is zij vermoedelijk een groot deel van haar geld kwijt. Zij meent dat AFM aansprakelijk is voor deze schade. Volgens haar heeft AFM onvoldoende toezicht gehouden op de gebrekkige informatieverstrekking door de bank in 2008. Zij is toen door de bank onvoldoende geïnformeerd over het risico van een faillissement. Door het gebrek aan toezicht van AFM op die informatievoorziening heeft zij schade geleden die zij vergoed wil zien. Het hof heeft haar standpunt niet gevolgd. Haar vordering is afgewezen.