dinsdag 28 juli 2015

'DNB toetst beleidsbepalers amateuristisch en misbruikt bevoegdheid'

De geschiktheid van bestuurders en commissarissen wordt door De Nederlandsche Bank (DNB) amateuristisch en niet onafhankelijk getoetst. Dat stelt voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) in een rapport over DNB-toetsingspraktijken. Naast een gebrek aan kennis is er volgens Lakeman ook sprake van misbruik van bevoegdheden. De werkwijze van DNB leidt er volgens hem toe dat in de financiële sector onafhankelijke, kritische denkers het steeds vaker afleggen tegen ja-knikkers. Meer dan 90% van de door DNB in twijfel getrokken kandidaten trekt zich met het oog op mogelijke reputatieschade terug.

Lakeman baseerde zijn onderzoek onder meer op een groot aantal openbare bronnen en diverse gesprekken met voormalige beleidsbepalers van onder DNB-toezicht staande instellingen. Als gevolg van een in 2012 op verzoek van DNB doorgevoerde wetswijziging is er volgens hem sprake van 'een voortdurend indringender wordende bemoeienis met financiële instellingen en toenemende willekeur bij het hertoetsen van onafhankelijk denkende bestuurders en commissarissen'.

Daardoor gaat de kwaliteit van het bestuur en toezicht eerder omlaag dan omhoog: "Op lange termijn zou de (her)toetsingsstrategie van DNB de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel zelfs in gevaar kunnen brengen. Het is immers een feit dat ondernemingen waarin geen oorspronkelijk denkende mensen maar uitsluitend ja-knikkers figureren op de lange termijn de concurrentiestrijd niet vol kunnen houden."

De DNB-afdeling die de toetsing uitvoert bestaat vooral uit jonge academici. Volgens Lakeman ontbreekt het aan ervaren senior professionals. Hij doelt op mensen die de valkuilen van het vak kennen, objectiviteit nastreven, onafhankelijk kunnen opereren en als deskundige boven de materie staan. Lakeman concludeert in zijn rapport dat DNB werkt met 'onervaren, niet professionele en niet onafhankelijke toetsers' en noemt het toetsingsproces 'amateuristisch van opzet'. Dat proces kan tot een half jaar uitlopen, met als gevolg dat veel goede kandidaten voor een andere job kiezen en verloren gaan voor de financiële sector. In geval van een negatieve beoordeling geeft DNB de afgewezen kandidaat trouwens géén duidelijke onderbouwing van die beoordeling

Als recent voorbeeld van het gebrek aan kennis noemt Lakeman de aanvaring van DNB met de top van Delta Lloyd. Het consequent mijden door DNB van een inhoudelijke discussie met Delta Lloyd vloeit volgens hem voort uit een gebrek aan kennis. In zijn rapport stelt Lakeman: "Aangenomen moet worden dat de gesprekspartners van DNB inhoudelijk niet opgewassen waren tegen de kwaliteit van het hoofd beleggingen van Delta Lloyd."

De SOBI-voorzitter beschuldigt DNB ervan de bevoegdheid tot toetsing van bestuurders en commissarissen te misbruiken. DNB kan zittende beleidsbepalers ongelimiteerd hertoetsen en op die manier het beleid van instellingen beïnvloeden. "DNB dwingt onder haar toezicht staande instellingen via hertoetsing en potentiële reputatieschade tot het opleggen van beleidswijzigingen waartoe zij geen bevoegdheid heeft", zo staat in het SOBI-rapport. De gang van zaken bij Delta Lloyd is daarvan volgens Lakeman een duidelijk voorbeeld.

In een toelichting op zijn rapport zegt hij: "Bestuurders en commissarissen worden bijvoorbeeld al afgetoetst als hun beleggingsstrategie afwijkt van wat DNB voor ogen staat. Met in de meeste gevallen het einde van hun carrière als direct uitvloeisel. Dat meer dan 90% van de door DNB afgetoetste kandidaten zich uit angst voor reputatieschade meteen terugtrekt vind ik schokkend. Er is sprake van een beroepsverbod, want wie eenmaal door DNB terzijde is geschoven, komt als toezichthouder of bestuurder bij een financiële instelling niet meer aan de bak."

Onder meer via het in 2014 door hem in het leven geroepen www.meldpuntdnb.nl ontvangt Lakeman informatie over de werkwijze van DNB jegens kleinere pensioenfondsen en verzekeraars.

maandag 16 maart 2015

Lakeman pakt na ABN AMRO ook lokale Rabobanken aan wegens swapschade

Namens gedupeerde mkb-bedrijven gaat directeur Pieter Lakeman van Swapschade BV lokale Rabobanken dagvaarden. Volgens Lakeman zijn zij juridisch aansprakelijk voor de door hen veroorzaakte swapschade. Swapschade BV ziet Rabobank Nederland weliswaar als de grote motor achter het omstreden renteswap-project, maar de gedupeerde mkb-bedrijven sloten hun swapcontracten met lokale en formeel onafhankelijke Rabobanken. Swapschade BV richtte zich eerst op ABN AMRO. Omdat zich ook steeds meer gedupeerde Rabo-klanten melden, is de actie verbreed. De desbetreffende lokale Rabobanken worden door Swapschade BV aansprakelijk gesteld voor alle schade.

Namens Swapschade BV stelt Lakeman dat Rabobank Nederland haar lokale banken ertoe heeft aangezet om uitsluitend langlopende leningen met een variabele rente te verkopen aan mkb-bedrijven en langlopende leningen met vaste rente te weigeren. Waarna vervolgens aan de bewuste mkb-bedrijven werd gemeld dat zij bij hun langlopende lening met een variabele rente óók een renteswap moesten kopen. Lakeman:"Het verkeerde en schadelijke product renteswap is door lokale Rabobanken massaal verkocht. Vaak werden mkb-bedrijven daartoe gedwongen. Swapschade BV heeft inmiddels voorbeelden van regelrechte dwang gedocumenteerd. Ondernemers die géén renteswap wilden kopen, konden geen krediet krijgen. Het was pure koppelverkoop. Ook Rabo-dochter FGH heeft zich aan die praktijk schuldig gemaakt."

De banken hadden volgens Swapschade BV een rentecap-contract moeten verkopen, maar deden dat niet omdat ze daar veel minder winst mee maakten. Bovendien is in het geval van ABN AMRO gebleken dat vanaf 2009 renteswapcontracten aan de man zijn gebracht die al meteen bij het afsluiten een negatieve waarde hadden. In januari dit jaar heeft Swapschade BV de staatsbank gedagvaard wegens het tekortschieten in het uitoefenen van haar zorgplicht jegens mkb-bedrijven door hen grote aantallen renteswaps te verkopen. Namens gedupeerde bedrijven werd een schadeprocedure tegen ABN AMRO in gang gezet.

Inmiddels hebben zich bij Swapschade BV mkb-ondernemers en ook beursfondsen met een gezamenlijk renteswap-bedrag van ruim 200 miljoen euro ingeschreven. Pieter Lakeman: "De vrees van ondernemers dat zij in geval van een actie of claim tegen hun bank geconfronteerd kunnen worden met het opzeggen van kredieten is nog steeds reëel. Daarom houdt Swapschade BV de namen van de bij ons aangesloten ondernemingen geheim tot we van de rechter garanties hebben gekregen dat banken géén wraakacties kunnen uitoefenen. Naar aanleiding van de publiciteit over onze stappen tegen ABN AMRO meldden zich bij Swapschade BV Rabo-klanten voor wie wij nu ook in actie komen."

donderdag 26 februari 2015

Lakeman: tuchtklacht tegen KPMG als ABN AMRO swapschade verdoezelt

Directeur Pieter Lakeman van Swapschade BV acht een afboeking door ABN AMRO van 3,65 miljard euro ten laste van het resultaat 2014 gepast. Dit vanwege ingediende en nog in te dienen schadeclaims van MKB-ondernemers die de dupe zijn van renteswaps die ABN AMRO hen verkocht. En ook vanwege de gevolgen van de Vestia-zaak. Als accountant KPMG goedkeuring geeft aan een jaarverslag dat onvoldoende cijfermatig inzicht biedt in swap-risico's voor het vermogen, resultaat en de solvabiliteit van ABN AMRO dient Lakeman namens Swapschade BV een tuchtklacht in.

Swapschade BV treedt op voor gedupeerde MKB-bedrijven. Volgens Lakeman is ABN AMRO in het uitoefenen van haar zorgplicht jegens deze bedrijven tekort geschoten door hen grote aantallen renteswaps te verkopen. Het betreft een omstreden en zeer complex financieel product dat bij MKB-bedrijven tot grote schade leidt.

In een brief aan het bestuur van KPMG wijst Lakeman er namens Swapschade BV op dat ABN AMRO sinds 2005 grote winsten boekte met de verkoop van renteswaps. Hij spreekt van 'verkooppraktijken die zich kenmerken door ernstige misleiding, zo niet bedrog'. Lakeman voorziet dat de bank dit jaar in toenemende mate geconfronteerd wordt met door de rechter toegewezen schadeclaims. Alleen al voor het MKB kunnen die tot ver boven de 2 miljard euro oplopen.

Dat het aantal klachten van MKB-ondernemers tot op heden nog beperkt lijkt te blijven wijt Swapschade BV aan de bij veel ondernemers levende angst dat hun kredieten worden opgezegd als zij met een claim tegen de bank komen. Lakeman verwacht echter dat mede als gevolg van in 2015 en 2016 te verwachten publiciteit over het renteswap-schandaal steeds meer ondernemers het aandurven om hun schade te verhalen en daarbij succes zullen boeken. Pogingen van ABN AMRO om het aantal en de grootte van nog in te dienen claims te beperken zullen naar de stellige overtuiging van Swapschade BV schipbreuk lijden.

Als KPMG het jaarverslag 2014 (inclusief verslag van de directie en de Raad van Commissarissen) goedkeurt zónder dat potentiële beleggers voldoende cijfermatig inzicht wordt geboden in de verliesgevende fase waarin de bank in 2014 bij directe afboeking volgens Lakeman verkeerde, is KPMG volgens Swapschade BV civiel aansprakelijk. Voor de accountant die namens KPMG tekent geldt een tuchtrechtelijke aansprakelijkheid. Dit alles geldt tevens als in de jaarrekening 2014 onvoldoende cijfermatig inzicht wordt geboden in negatieve vooruitzichten van ABN AMRO.

Swapschade BV adviseert KPMG om zich juridisch goed op de hoogte te (laten) stellen van de risico's inzake renteswaps. Maar niet door advocaten of juristen die voor ABN AMRO of een andere bank actief waren of zijn. Want, aldus Pieter Lakeman, van hen kan geen objectieve analyse worden verwacht. Gaat KPMG tóch met hen in zee, dan zal Lakeman als de zaak voor de rechter komt benadrukken dat de accountant 'het risico om door partijdige advocaten op het verkeerde been te worden gezet bewust heeft willen aanvaarden.'

Overigens zegt Swapschade BV het opvallend te vinden dat ABN AMRO 'haast heeft met de komende beursgang'. 

maandag 12 januari 2015

Lakeman dagvaardt ABN AMRO en eist vergoeding swapschade aan MKB

Bedrijfsonderzoeker Pieter Lakeman begint samen met een team deskundigen een gebundelde actie om ABN AMRO de schade als gevolg van rentederivaten te laten vergoeden. De mede door Lakeman opgerichte Swapschade BV heeft staatsbank ABN AMRO gedagvaard. Lakeman treedt op voor gedupeerde MKB-bedrijven. Volgens hem heeft ABN AMRO een volkomen verkeerde voorstelling van zaken gegeven en bovendien volstrekt verkeerd geadviseerd. Omdat de bank geen enkele aansprakelijkheid aanvaardt, eist Swapschade BV dat alle schade wordt vergoed en stapt naar de rechter.

ABN AMRO verkocht vanaf 2005 aan MKB-bedrijven grote aantallen rentederivaten, veelal in de vorm van zogenoemde renteswaps. Een product dat volgens Lakeman absoluut niet deugde. In de dagvaarding wordt gesproken van 'puur gokken' en van een bank die 'verwordt tot een casino'.

Swapschade BV is opgericht met steun van een litigation funder die op basis van no cure no pay alle invorderingskosten financiert. Het doel is om op commerciële basis een vergoeding binnen te halen. Gedupeerde MKB-bedrijven kunnen kosteloos meedoen en krijgen een individueel schaderapport. Bij succes ontvangt Swapschade BV 20 tot 30 procent van de bedragen die voor de aangesloten MKB-ondernemingen worden geïncasseerd. Swapschade BV zal deze kosten bovendien weer op ABN AMRO trachten te verhalen.

Volgens Swapschade BV heeft ABN AMRO miljarden winst op de omstreden renteswaps gemaakt en dient de bank daarover opening van zaken te geven. Tevens wordt in de dagvaarding gesteld dat ABN AMRO vanaf het begin van de kredietcrisis een zogenoemde liquiditeitsopslag hanteert waarmee zonder enige tegenprestatie op zijn minst nog eens honderden miljoenen euro's extra uit het MKB zijn getrokken.

In de aan topman Gerrit Zalm van ABN AMRO uitgebrachte dagvaarding staat dat zijn bank 'aan het MKB nooit renteswaps had mogen adviseren'. Voor ondernemers die een lange lening met variabele rente wilden afsluiten, zou een rentecap veel goedkoper zijn geweest en bovendien aanzienlijk minder risico's hebben opgeleverd dan een renteswap-contract. Bovendien zou de ondernemer bij een rentecap-contract ook nog kunnen profiteren van een daling van de Euribor-rente. Gesproken wordt van een 'volkomen verkeerd advies'. In de optiek van Swapschade BV bezondigde ABN AMRO zich aan product pushing en misselling en was er sprake van bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden.

Over de keuze van Swapschade BV om ABN AMRO aan te pakken zegt Lakeman: "Het is  inmiddels een stáátsbank. Wij eisen dat men nu alsnog het goede voorbeeld geeft en er alles aan doet om wangedrag zoals in de zaak van de renteswaps met wortel en tak uit te roeien. De bank kan vanuit een oogpunt van fatsoen domweg niet anders  dan alle gedupeerden schadeloos stellen".

Volgens Swapschade BV zijn nogal wat ondernemers bang om een procedure tegen de bank te beginnen. Zij vrezen in dat geval namelijk voor opzegging van hun financiering. Swapschade BV meent dat de bank dit niet mag doen en eist daarom de toezegging dat dit niet gebeurt. Overigens maakt Swapschade BV ook aanspraak op een vergoeding aan MKB-ondernemers van het verlies van de waarde van hun onderneming als gevolg van het feit dat de bank op grote schaal liquiditeiten heeft onttrokken.

De procedure tegen ABN AMRO is de eerste procedure van Swapschade BV. De andere banken die renteswaps aan het MKB hebben verkocht zullen wellicht ook nog worden aangesproken.

vrijdag 19 december 2014

Geen schikking curatoren DSB en DNB

De Nederlandsche Bank (DNB) wil niet schikken in zijn juridische strijd met de curatoren van de in 2009 omgevallen DSB Bank. Volgens de curatoren liep hun aansturing op een schikking voor de rechtbank in Amsterdam vrijdag op niets uit. Het is nu wachten tot de rechter uitspraak doet. Die staat gepland op 4 maart. De curatoren van DSB proberen een grote schadevergoeding los te krijgen bij DNB. Het gaat om een bedrag tussen de 600 miljoen en 1 miljard euro en betreft voornamelijk misgelopen rente-inkomsten.

donderdag 16 oktober 2014

Lakeman wint bij Hof procedure voor 28 leveranciers en onderaannemers

Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) is in hoger beroep door het Gerechtshof Den Haag in het gelijk gesteld in een procedure tegen Dirk Jan Lucas, voormalig directeur van de in 1993 gefailleerde Haagse bouwonderneming Lucas Bouw B.V. SOBI trad op als gemachtigde van 28 leveranciers en onderaannemers. Het Hof veroordeelde Dirk Jan Lucas tot het betalen van de schade (nader op te maken bij staat) die gelijk is aan onbetaalde facturen die de 28 in de laatste acht maanden voor het faillissement van Lucas Bouw B.V indienden. Inclusief wettelijke rente gaat het om ruim Euro 5,5 miljoen. Het Hof bepaalde dat meteen tot uitvoering kan worden overgegaan, óók als een van de partijen in cassatie zou gaan. Met het arrest heeft het Hof 97% van de eisen van SOBI toegewezen.

In een arrest d.d. 14 oktober stelt het Gerechtshof Den Haag onder meer dat Dirk Jan Lucas al in 1992 had  moeten beseffen dat zijn bedrijf 'een zinkend schip was en dat het drijvend houden ervan in toenemende mate plaatsvond voor risico van leveranciers en onderaannemers'.  En ook: 'Het zonder waarschuwing doorgaan met het aangaan van verplichtingen en het afnemen van nog niet betaalde goederen en diensten is in de gegeven omstandigheden dermate laakbaar dat Lucas hiervan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Dit leidt tot persoonlijke aansprakelijkheid van Lucas als bestuurder.'

De 28 gedupeerde bedrijven  wendden zich tot SOBI waar voorzitter Pieter Lakeman zich in de zaak vastbeet. In 2003 en 2006 deed SOBI schikkingsvoorstellen die neerkwamen op vergoeding van ruim de helft van de schade. Deze voorstellen werden echter afgewezen. Nadat een door het Gerechtshof benoemde onafhankelijke deskundige in 2011 een voor de cliënten van SOBI gunstig rapport aan het Hof uitbracht, legde SOBI beslag op aandelen en onroerend goed van Dirk Jan Lucas. Hoewel Lucas niet onder een beroepsaansprakelijkheidsverzekering valt, meent SOBI dat door de beslaglegging het grootste deel van de schade toch verhaald kan worden.

SOBI kreeg eerder in de procedure van ABN AMRO - onder dreiging met een kort geding - financiële gegevens waaruit bleek dat Lucas Bouw al ruim voor het faillissement een tekort aan liquiditeiten had. SOBI-voorzitter Pieter Lakeman deed het feitenonderzoek dat aan de succesvolle procedure ten grondslag lag. Mede op basis van de door Lakeman aangedragen feiten baseerde het Gerechtshof de veroordeling in belangrijke mate op de omstandigheid dat Dirk Jan Lucas zelfs nadat duidelijk was dat de liquiditeit blijvend tekort schoot doorging met 'ondernemen'.

SOBI-voorzitter Pieter Lakeman noemt het arrest van het Gerechtshof in Den Haag een belangrijke ontwikkeling in de rechtspraak: "Voor zover ik weet is nog nooit zo duidelijk en zo streng geoordeeld over een directeur die de zaak tegen beter weten in te lang liet doorzieken. Dit is een wezenlijke aanvulling op de jurisprudentie die SOBI eerder al in een zaak tegen een directeur (Theo Hurks) van een andere gefailleerde bouwonderneming  wist te bewerkstelligen. Destijds ging het om schade door het niet betalen van facturen die in de laatste drie maanden voor het faillissement waren ingediend. In de zaak Lucas heeft het Hof de tijdgrens opgerekt naar acht maanden hetgeen ik juridisch gezien van groot belang acht. En voor mijn opdrachtgevers een geweldig resultaat."

vrijdag 13 juni 2014

Familie Poot besluit Chipshol te verkopen

De familie Poot - groot aandeelhouder van gebiedsontwikkelingsmaatschappij Chipshol -  heeft besloten de onderneming te verkopen. Het besluit is recent bekrachtigd in een buitengewone aandeelhoudersvergadering. De voorgenomen verkoop biedt een nieuwe eigenaar de mogelijkheid om 150 hectare strategisch gelegen gronden in bezit te krijgen voor de ontwikkeling van vastgoed in verschillende marktsegmenten. Chipshol is de grootste particuliere gebiedsontwikkelaar in de Schiphol-regio.

De beslissing is ingegeven door de leeftijd van Jan Poot sr (89), drijvende kracht achter Chipshol en door de recente belangstelling van internationale partijen om te investeren in luchthavens. Jan Poot richtte Chipshol in 1986 op 62-jarige leeftijd op vanuit de visie dat luchthavens zich zouden ontwikkelen tot steden (airport cities). 

Binnen vijf jaar na de oprichting verwierf Chipshol bijna 600 hectare grond rondom Schiphol. De luchthaven had volgens Chipshol de potentie had om nummer 1 van de wereld te worden. Naar voorbeeld van Atlanta Airport, dat op basis van visie en samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven groeide van nr. 40 in 1960 naar nr. 1 in 2000.

Reeds in 1989 sloot Chipshol twee samenwerkingsovereenkomsten met de Schiphol Area Development Company voor de ontwikkeling van Business Park-Rijk (35 ha.) en Badhoevedorp-Zuid (40 ha.) Het door Chipshol gerealiseerde Park-Rijk was destijds het eerste business park ter wereld waar alle auto's consequent half verdiept onder de gebouwen worden geparkeerd waardoor meer dan 50% van het gebied bestaat uit groen en water.

De belangrijkste doelstelling van Chipshol was de ontwikkeling in Badhoevedorp-Zuid van een 'centrum van internationale allure', in het gebied gelegen in de driehoek tussen de snelwegen A4,A5 en A9. Een Airport City van twee miljoen vierkante meter met onder meer hotels, congresfaciliteiten, een shopping mall, kantoren, appartementen en een golfbaan. Een revolutionair aspect van deze zakenstad was de aanleg van de duurzame people mover Taxi 2000. Met deze spectaculaire ontwikkeling zou Schiphol zich volgens Chipshol kunnen ontwikkelen tot de meest aantrekkelijke werklocatie van Europa.

De plannen  voor deze Airport-City waar 70.000 mensen kunnen wonen en werken zijn door buitenlandse deskundigen zeer positief beoordeeld. De Amerikaanse hoogleraar en Airport City expert John Kasarda stelde in 2007 dat Chipshol met het plan voor een groene Airport City haar tijd ver vooruit was. Voormalig directeur-generaal Kees Vriesman van het ministerie van VROM deed als voorzitter van de naar hem genoemde overheidscommissie Vriesman onderzoek naar de ontwikkeling van luchthavens en noemde in 2009 het plan van Chipshol 'een potentieel sieraad van gebiedsontwikkeling'.

Chipshol is de derde succesvolle onderneming van Jan Poot. In 1960 richtte hij Eurowoningen op, dat binnen tien jaar zou uitgroeien tot  de grootste gebiedsontwikkelingsmaatschappij van Nederland, met een jaarlijkse productie van 4000 woningen. Eurowoningen kreeg met name bekendheid door de ontwikkeling van de innovatieve groene Parkstad Leusden.

Na de verkoop van Eurowoningen werd medio jaren 70 de internationaal opererende gebiedsontwikkelaar Eurohome opgericht die met de ontwikkeling van het ski-station Valmorel internationale prijzen in de wacht wist te slepen. Het ski-station werd door de Franse overheid zelfs uitgeroepen tot model skistation.

De afgelopen jaren hebben zich regelmatig buitenlandse partijen gemeld die grote interesse toonden voor Chipshol en haar strategische, grootschalige grondposities. De belangstelling om te investeren in luchthavens is sindsdien verder toegenomen. Naar aanleiding van de recente beslissing tot verkoop zal vanaf het vierde kwartaal 2014 een procedure worden voorbereid , waarbij uiteindelijk een select aantal belangstellende partijen wordt uitgenodigd finale biedingen te doen.