maandag 8 februari 2016

Lakeman stelt Rabo aansprakelijk voor swapschade

Voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Swapschade stelt een collectieve procedure (massaclaim) tegen de Rabobank in het vooruitzicht.  Volgens Lakeman is de Rabobank aansprakelijk voor alle schade die voortvloeit uit vooral met mkb-bedrijven gesloten renteswap-overeenkomsten. Stichting Swapschade meent dat de Rabobank tekort is geschoten in de zorgplicht jegens klanten en velen van hen onjuist geïnformeerd of zelfs misleid heeft. Lakeman wil alle daaruit voortvloeiende schade op de Rabobank verhalen. Zijn stichting stuit de verjaring van relevante rechtsvorderingen en aanspraken.

In een brief aan de Raad van Bestuur van de Rabobank stelt Lakeman namens Stichting Swapschade dat door de bank bij de verkoop van renteswaps niet duidelijk is gewezen op mogelijke risico's en schades. Zo kunnen gedupeerde klanten bij het afsluiten van renteswapcontracten niet profiteren van rentedalingen, terwijl dat bij een rentecap wél had gekund. Ook directe en indirecte kosten als gevolg van het onderbrengen van klanten bij bijzonder beheer van de bank dienen volgens Lakeman te worden vergoed. Hetzelfde geldt voor kosten als gevolg van renteopslagen door de bank, voortvloeiend uit problemen van de bank zelf zoals liquiditeitsproblemen of problemen om geld uit de mark aan te trekken.

Met nadruk geeft Lakeman in zijn brief aan dat hij de Rabobank ook aansprakelijk stelt voor de sinds januari 2015 door de bank aan gedupeerde klanten verstrekte 'onjuist en misleidende informatie en onware gespreksverslagen'. Klanten die niet tegen deze misleidende gespreksverslagen in het geweer komen, lopen het risico dat dit door de rechter wordt geïnterpreteerd als een vorm van instemming met de Rabo-visie.

Stichting Swapschade kondigde eerder aan ook ABN AMRO aansprakelijk te stellen voor de schade als gevolg van de verkoop van renteswap-overeenkomsten. Inmiddels wordt met deze bank onderhandeld over een minnelijke regeling voor de bij Stichting Swapschade aangesloten ondernemers. Lakeman schrijft in zijn brief aan de Raad van Bestuur van de Rabobank dat hij bereid is om te proberen met deze bank tot een dergelijke regeling te komen. Hij nodigt de Rabobank uit om zo spoedig mogelijk met Stichting Swapschade in overleg te treden. Als deze uitnodiging niet op korte termijn wordt aanvaard, start Lakeman zijn collectieve procedure tegen de Rabobank.

vrijdag 4 december 2015

Curatoren DSB Bank willen 90 miljoen euro uitkeren

Schuldeisers van de in 2009 omgevallen DSB Bank krijgen al hun geld terug. De curatoren doen gedupeerden een aanbod, waarbij ze hun volledige vordering uitgekeerd krijgen, op voorwaarde dat ze afzien van rente en andere aanspraken.

Het gaat daarbij om 8000 mensen die meer dan 100.000 euro op hun rekening hadden staan. Ook zijn er 22.000 polisklanten waarbij de bank destijds veel te veel provisie had gerekend.

Het totale bedrag dat men wil uitkeren bedraagt 90 miljoen euro.

dinsdag 20 oktober 2015

Chipshol verkoopt compleet bedrijfsterrein

Gebiedsontwikkelaar Chipshol heeft het naast de Aalsmeerbaan bij Schiphol gelegen Groenenbergterrein verkocht aan het Franse AEW. Deze asset manager van vastgoedfondsen gaat er 102.000 m2 hoogwaardige logistieke faciliteiten bouwen. Dat gebeurt op basis van een eerder door Chipshol opgesteld en in juni door de gemeente Haarlemmermeer goedgekeurd masterplan voor het 21 hectare grote terrein. Voor eind januari 2016 worden de bouwvergunningen aangevraagd. De koopsom bedraagt 38 miljoen euro.

AEW Europa beheert voor bijna 18 miljard euro aan vastgoedfondsen en koopt het Groenenbergterrein ten behoeve van het door haar in 1999 opgerichte LOGISTIS FUND. Tot de institutionele beleggers die daarin participeren behoren onder meer de Nederlandse pensioenfondsen ABP en PGGM. Volgens Chipshol-topman Peter Poot is het uniek dat een beleggingsfonds besluit tot het ontwikkelen van een compleet logistiek park en betreft het de grootste grondtransactie ooit in de Schiphol-regio

Al eind januari zal de aanvraag voor de bouwvergunningen voor het gehele plan worden ingediend. Het door Chipshol ontwikkelde masterplan High Speed Logistics Park is ruim en groen van opzet, met brede wegen, veel manoeuvreerruimte en een beveiligde truckparking voor 80 vrachtwagens. High Speed Logistics Park is een zichtlocatie pal naast de Aalsmeerbaan van Schiphol en de recent omgelegde N201. Met het project is naar verwachting een  investering van ruim 100 miljoen euro gemoeid.

De verkoop van het Groenenberg-terrein maakt onderdeel uit van de vorig jaar aangekondigde strategie van gebiedsontwikkelaar Chipshol om haar grondposities rond Schiphol gefaseerd af te stoten. De in 1986 door Jan Poot op 62-jarige leeftijd opgerichte onderneming wilde in de Schiphol-regio een groene Airport City realiseren, een centrum van internationale allure van 2 miljoen m2 met onder meer hotels, congresfaciliteiten, appartementen en een shopping mall. Een essentieel onderdeel vormt de people mover Taxi 2000.

Door jarenlange tegenwerking van overheidswege is de Airport City meer dan 20 jaar vertraagd en werd de situatie voor Chipshol onwerkbaar. Om die reden is in 2014 besloten tot verkoop van alle grondposities in de Schiphol-regio.

Na het Groenenberg-terrein richt Chipshol zich op de verkoop van het vlakbij de Kaagbaan gelegen Pruissen-terrein. De gemeente Haarlemmermeer stelde daarvoor in september een bestemmingsplan vast dat onder meer de bouw van 60.000 m2 aan datacenters mogelijk maakt. Daarvoor hebben zich inmiddels diverse buitenlandse gegadigden gemeld.

dinsdag 28 juli 2015

'DNB toetst beleidsbepalers amateuristisch en misbruikt bevoegdheid'

De geschiktheid van bestuurders en commissarissen wordt door De Nederlandsche Bank (DNB) amateuristisch en niet onafhankelijk getoetst. Dat stelt voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) in een rapport over DNB-toetsingspraktijken. Naast een gebrek aan kennis is er volgens Lakeman ook sprake van misbruik van bevoegdheden. De werkwijze van DNB leidt er volgens hem toe dat in de financiële sector onafhankelijke, kritische denkers het steeds vaker afleggen tegen ja-knikkers. Meer dan 90% van de door DNB in twijfel getrokken kandidaten trekt zich met het oog op mogelijke reputatieschade terug.

Lakeman baseerde zijn onderzoek onder meer op een groot aantal openbare bronnen en diverse gesprekken met voormalige beleidsbepalers van onder DNB-toezicht staande instellingen. Als gevolg van een in 2012 op verzoek van DNB doorgevoerde wetswijziging is er volgens hem sprake van 'een voortdurend indringender wordende bemoeienis met financiële instellingen en toenemende willekeur bij het hertoetsen van onafhankelijk denkende bestuurders en commissarissen'.

Daardoor gaat de kwaliteit van het bestuur en toezicht eerder omlaag dan omhoog: "Op lange termijn zou de (her)toetsingsstrategie van DNB de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel zelfs in gevaar kunnen brengen. Het is immers een feit dat ondernemingen waarin geen oorspronkelijk denkende mensen maar uitsluitend ja-knikkers figureren op de lange termijn de concurrentiestrijd niet vol kunnen houden."

De DNB-afdeling die de toetsing uitvoert bestaat vooral uit jonge academici. Volgens Lakeman ontbreekt het aan ervaren senior professionals. Hij doelt op mensen die de valkuilen van het vak kennen, objectiviteit nastreven, onafhankelijk kunnen opereren en als deskundige boven de materie staan. Lakeman concludeert in zijn rapport dat DNB werkt met 'onervaren, niet professionele en niet onafhankelijke toetsers' en noemt het toetsingsproces 'amateuristisch van opzet'. Dat proces kan tot een half jaar uitlopen, met als gevolg dat veel goede kandidaten voor een andere job kiezen en verloren gaan voor de financiële sector. In geval van een negatieve beoordeling geeft DNB de afgewezen kandidaat trouwens géén duidelijke onderbouwing van die beoordeling

Als recent voorbeeld van het gebrek aan kennis noemt Lakeman de aanvaring van DNB met de top van Delta Lloyd. Het consequent mijden door DNB van een inhoudelijke discussie met Delta Lloyd vloeit volgens hem voort uit een gebrek aan kennis. In zijn rapport stelt Lakeman: "Aangenomen moet worden dat de gesprekspartners van DNB inhoudelijk niet opgewassen waren tegen de kwaliteit van het hoofd beleggingen van Delta Lloyd."

De SOBI-voorzitter beschuldigt DNB ervan de bevoegdheid tot toetsing van bestuurders en commissarissen te misbruiken. DNB kan zittende beleidsbepalers ongelimiteerd hertoetsen en op die manier het beleid van instellingen beïnvloeden. "DNB dwingt onder haar toezicht staande instellingen via hertoetsing en potentiële reputatieschade tot het opleggen van beleidswijzigingen waartoe zij geen bevoegdheid heeft", zo staat in het SOBI-rapport. De gang van zaken bij Delta Lloyd is daarvan volgens Lakeman een duidelijk voorbeeld.

In een toelichting op zijn rapport zegt hij: "Bestuurders en commissarissen worden bijvoorbeeld al afgetoetst als hun beleggingsstrategie afwijkt van wat DNB voor ogen staat. Met in de meeste gevallen het einde van hun carrière als direct uitvloeisel. Dat meer dan 90% van de door DNB afgetoetste kandidaten zich uit angst voor reputatieschade meteen terugtrekt vind ik schokkend. Er is sprake van een beroepsverbod, want wie eenmaal door DNB terzijde is geschoven, komt als toezichthouder of bestuurder bij een financiële instelling niet meer aan de bak."

Onder meer via het in 2014 door hem in het leven geroepen www.meldpuntdnb.nl ontvangt Lakeman informatie over de werkwijze van DNB jegens kleinere pensioenfondsen en verzekeraars.

maandag 16 maart 2015

Lakeman pakt na ABN AMRO ook lokale Rabobanken aan wegens swapschade

Namens gedupeerde mkb-bedrijven gaat directeur Pieter Lakeman van Swapschade BV lokale Rabobanken dagvaarden. Volgens Lakeman zijn zij juridisch aansprakelijk voor de door hen veroorzaakte swapschade. Swapschade BV ziet Rabobank Nederland weliswaar als de grote motor achter het omstreden renteswap-project, maar de gedupeerde mkb-bedrijven sloten hun swapcontracten met lokale en formeel onafhankelijke Rabobanken. Swapschade BV richtte zich eerst op ABN AMRO. Omdat zich ook steeds meer gedupeerde Rabo-klanten melden, is de actie verbreed. De desbetreffende lokale Rabobanken worden door Swapschade BV aansprakelijk gesteld voor alle schade.

Namens Swapschade BV stelt Lakeman dat Rabobank Nederland haar lokale banken ertoe heeft aangezet om uitsluitend langlopende leningen met een variabele rente te verkopen aan mkb-bedrijven en langlopende leningen met vaste rente te weigeren. Waarna vervolgens aan de bewuste mkb-bedrijven werd gemeld dat zij bij hun langlopende lening met een variabele rente óók een renteswap moesten kopen. Lakeman:"Het verkeerde en schadelijke product renteswap is door lokale Rabobanken massaal verkocht. Vaak werden mkb-bedrijven daartoe gedwongen. Swapschade BV heeft inmiddels voorbeelden van regelrechte dwang gedocumenteerd. Ondernemers die géén renteswap wilden kopen, konden geen krediet krijgen. Het was pure koppelverkoop. Ook Rabo-dochter FGH heeft zich aan die praktijk schuldig gemaakt."

De banken hadden volgens Swapschade BV een rentecap-contract moeten verkopen, maar deden dat niet omdat ze daar veel minder winst mee maakten. Bovendien is in het geval van ABN AMRO gebleken dat vanaf 2009 renteswapcontracten aan de man zijn gebracht die al meteen bij het afsluiten een negatieve waarde hadden. In januari dit jaar heeft Swapschade BV de staatsbank gedagvaard wegens het tekortschieten in het uitoefenen van haar zorgplicht jegens mkb-bedrijven door hen grote aantallen renteswaps te verkopen. Namens gedupeerde bedrijven werd een schadeprocedure tegen ABN AMRO in gang gezet.

Inmiddels hebben zich bij Swapschade BV mkb-ondernemers en ook beursfondsen met een gezamenlijk renteswap-bedrag van ruim 200 miljoen euro ingeschreven. Pieter Lakeman: "De vrees van ondernemers dat zij in geval van een actie of claim tegen hun bank geconfronteerd kunnen worden met het opzeggen van kredieten is nog steeds reëel. Daarom houdt Swapschade BV de namen van de bij ons aangesloten ondernemingen geheim tot we van de rechter garanties hebben gekregen dat banken géén wraakacties kunnen uitoefenen. Naar aanleiding van de publiciteit over onze stappen tegen ABN AMRO meldden zich bij Swapschade BV Rabo-klanten voor wie wij nu ook in actie komen."

donderdag 26 februari 2015

Lakeman: tuchtklacht tegen KPMG als ABN AMRO swapschade verdoezelt

Directeur Pieter Lakeman van Swapschade BV acht een afboeking door ABN AMRO van 3,65 miljard euro ten laste van het resultaat 2014 gepast. Dit vanwege ingediende en nog in te dienen schadeclaims van MKB-ondernemers die de dupe zijn van renteswaps die ABN AMRO hen verkocht. En ook vanwege de gevolgen van de Vestia-zaak. Als accountant KPMG goedkeuring geeft aan een jaarverslag dat onvoldoende cijfermatig inzicht biedt in swap-risico's voor het vermogen, resultaat en de solvabiliteit van ABN AMRO dient Lakeman namens Swapschade BV een tuchtklacht in.

Swapschade BV treedt op voor gedupeerde MKB-bedrijven. Volgens Lakeman is ABN AMRO in het uitoefenen van haar zorgplicht jegens deze bedrijven tekort geschoten door hen grote aantallen renteswaps te verkopen. Het betreft een omstreden en zeer complex financieel product dat bij MKB-bedrijven tot grote schade leidt.

In een brief aan het bestuur van KPMG wijst Lakeman er namens Swapschade BV op dat ABN AMRO sinds 2005 grote winsten boekte met de verkoop van renteswaps. Hij spreekt van 'verkooppraktijken die zich kenmerken door ernstige misleiding, zo niet bedrog'. Lakeman voorziet dat de bank dit jaar in toenemende mate geconfronteerd wordt met door de rechter toegewezen schadeclaims. Alleen al voor het MKB kunnen die tot ver boven de 2 miljard euro oplopen.

Dat het aantal klachten van MKB-ondernemers tot op heden nog beperkt lijkt te blijven wijt Swapschade BV aan de bij veel ondernemers levende angst dat hun kredieten worden opgezegd als zij met een claim tegen de bank komen. Lakeman verwacht echter dat mede als gevolg van in 2015 en 2016 te verwachten publiciteit over het renteswap-schandaal steeds meer ondernemers het aandurven om hun schade te verhalen en daarbij succes zullen boeken. Pogingen van ABN AMRO om het aantal en de grootte van nog in te dienen claims te beperken zullen naar de stellige overtuiging van Swapschade BV schipbreuk lijden.

Als KPMG het jaarverslag 2014 (inclusief verslag van de directie en de Raad van Commissarissen) goedkeurt zónder dat potentiële beleggers voldoende cijfermatig inzicht wordt geboden in de verliesgevende fase waarin de bank in 2014 bij directe afboeking volgens Lakeman verkeerde, is KPMG volgens Swapschade BV civiel aansprakelijk. Voor de accountant die namens KPMG tekent geldt een tuchtrechtelijke aansprakelijkheid. Dit alles geldt tevens als in de jaarrekening 2014 onvoldoende cijfermatig inzicht wordt geboden in negatieve vooruitzichten van ABN AMRO.

Swapschade BV adviseert KPMG om zich juridisch goed op de hoogte te (laten) stellen van de risico's inzake renteswaps. Maar niet door advocaten of juristen die voor ABN AMRO of een andere bank actief waren of zijn. Want, aldus Pieter Lakeman, van hen kan geen objectieve analyse worden verwacht. Gaat KPMG tóch met hen in zee, dan zal Lakeman als de zaak voor de rechter komt benadrukken dat de accountant 'het risico om door partijdige advocaten op het verkeerde been te worden gezet bewust heeft willen aanvaarden.'

Overigens zegt Swapschade BV het opvallend te vinden dat ABN AMRO 'haast heeft met de komende beursgang'. 

maandag 12 januari 2015

Lakeman dagvaardt ABN AMRO en eist vergoeding swapschade aan MKB

Bedrijfsonderzoeker Pieter Lakeman begint samen met een team deskundigen een gebundelde actie om ABN AMRO de schade als gevolg van rentederivaten te laten vergoeden. De mede door Lakeman opgerichte Swapschade BV heeft staatsbank ABN AMRO gedagvaard. Lakeman treedt op voor gedupeerde MKB-bedrijven. Volgens hem heeft ABN AMRO een volkomen verkeerde voorstelling van zaken gegeven en bovendien volstrekt verkeerd geadviseerd. Omdat de bank geen enkele aansprakelijkheid aanvaardt, eist Swapschade BV dat alle schade wordt vergoed en stapt naar de rechter.

ABN AMRO verkocht vanaf 2005 aan MKB-bedrijven grote aantallen rentederivaten, veelal in de vorm van zogenoemde renteswaps. Een product dat volgens Lakeman absoluut niet deugde. In de dagvaarding wordt gesproken van 'puur gokken' en van een bank die 'verwordt tot een casino'.

Swapschade BV is opgericht met steun van een litigation funder die op basis van no cure no pay alle invorderingskosten financiert. Het doel is om op commerciële basis een vergoeding binnen te halen. Gedupeerde MKB-bedrijven kunnen kosteloos meedoen en krijgen een individueel schaderapport. Bij succes ontvangt Swapschade BV 20 tot 30 procent van de bedragen die voor de aangesloten MKB-ondernemingen worden geïncasseerd. Swapschade BV zal deze kosten bovendien weer op ABN AMRO trachten te verhalen.

Volgens Swapschade BV heeft ABN AMRO miljarden winst op de omstreden renteswaps gemaakt en dient de bank daarover opening van zaken te geven. Tevens wordt in de dagvaarding gesteld dat ABN AMRO vanaf het begin van de kredietcrisis een zogenoemde liquiditeitsopslag hanteert waarmee zonder enige tegenprestatie op zijn minst nog eens honderden miljoenen euro's extra uit het MKB zijn getrokken.

In de aan topman Gerrit Zalm van ABN AMRO uitgebrachte dagvaarding staat dat zijn bank 'aan het MKB nooit renteswaps had mogen adviseren'. Voor ondernemers die een lange lening met variabele rente wilden afsluiten, zou een rentecap veel goedkoper zijn geweest en bovendien aanzienlijk minder risico's hebben opgeleverd dan een renteswap-contract. Bovendien zou de ondernemer bij een rentecap-contract ook nog kunnen profiteren van een daling van de Euribor-rente. Gesproken wordt van een 'volkomen verkeerd advies'. In de optiek van Swapschade BV bezondigde ABN AMRO zich aan product pushing en misselling en was er sprake van bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden.

Over de keuze van Swapschade BV om ABN AMRO aan te pakken zegt Lakeman: "Het is  inmiddels een stáátsbank. Wij eisen dat men nu alsnog het goede voorbeeld geeft en er alles aan doet om wangedrag zoals in de zaak van de renteswaps met wortel en tak uit te roeien. De bank kan vanuit een oogpunt van fatsoen domweg niet anders  dan alle gedupeerden schadeloos stellen".

Volgens Swapschade BV zijn nogal wat ondernemers bang om een procedure tegen de bank te beginnen. Zij vrezen in dat geval namelijk voor opzegging van hun financiering. Swapschade BV meent dat de bank dit niet mag doen en eist daarom de toezegging dat dit niet gebeurt. Overigens maakt Swapschade BV ook aanspraak op een vergoeding aan MKB-ondernemers van het verlies van de waarde van hun onderneming als gevolg van het feit dat de bank op grote schaal liquiditeiten heeft onttrokken.

De procedure tegen ABN AMRO is de eerste procedure van Swapschade BV. De andere banken die renteswaps aan het MKB hebben verkocht zullen wellicht ook nog worden aangesproken.