donderdag 20 april 2017

Tuchtklacht Lakeman tegen top PWC wegens niet melden fraude

Voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) heeft bij de Accountantskamer een tuchtklacht ingediend tegen voormalig topbestuurders  van accountantskantoor PWC. Volgens Lakeman tolereerde PWC bij een van haar klanten jarenlang een omkopingsfraude en werd die niet bij de bevoegde overheidsinstanties gemeld. Lakeman stelt dat de top van PWC wist dat het omkoping, valsheid in geschrifte en het maskeren van omkoping betrof. Het feit dat géén fraudemelding bij overheidsinstanties werd gedaan wijst volgens hem op een gebrek aan integriteit bij de betrokken PWC-bestuurders.

De zaak heeft betrekking op dubieuze praktijken bij dochterbedrijf Econosto Mideast BV van het SHV-concern. SHV was tot 2015 een controleklant van PWC. In zijn tuchtklacht stelt Lakeman – onder verwijzing naar  onthullingen in NRC Handelsblad - dat Econosto Mideast BV in de boekjaren 2009 tot en met 2014  ‘personen met contante betalingen omkoopt met het doel opdrachten voor de levering van goederen en diensten te ontvangen’. Deze steekpenningen werden als personeelskosten in de administratie opgenomen. Die administratie gaf daardoor een onjuist beeld van de werkelijkheid.

PWC had sinds februari 2010 weet van de gepleegde misdrijven, besprak die met het management van Econosto Mideast BV en SHV en noemde de gang van zaken blijkens publicaties in NRC Handelsblad ‘misleidend’. Lakeman rekent het de toenmalige PWC-bestuurders zwaar aan dat zij ondanks hun vaststelling dat er wellicht sprake was van valsheid in geschrifte en serieuze twijfels over de wettigheid van betalingen niets meldden bij de bevoegde overheidsinstanties. “Alleen al vanwege de lange duur en de aard van de fraude hadden bij de toenmalige PWC-top alle alarmbellen af moeten gaan. Men had die fraude moeten mélden in plaats van erover te zwijgen. Blijkbaar woog het belang van de klant zwaarder dan dat van de integriteit en gaf men er de voorkeur om de zaak naar buiten toe te verzwijgen”, aldus Lakeman.

In zijn tuchtklacht wijst de SOBI-voorzitter ook op de rol van voormalig PWC-accountant Bart Koolstra. Hij werkte 22 jaar bij het bedrijf en maakte in de periode 2010-2013 geen melding bij de bevoegde overheidsinstanties van de fraude bij Econosto Mideast BV. In 2015 trad Koolstra toe tot de Raad van Toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Volgens Lakeman had Koolstra echter moeten beseffen dat zijn nalatigheid in de Econosto-zaak hem voor die functie ongeschikt maakte. Onlangs trad hij uit eigen beweging tijdelijk terug uit de Raad van Toezicht van de AFM.  

woensdag 25 januari 2017

Oproep Lakeman aan Dijsselbloem: stop machtsmisbruik DNB

Minister Dijsselbloem van Financiën moet een einde maken aan machtsmisbruik door De Nederlandsche Bank (DNB) bij het toetsen van bestuurders en commissarissen van pensioenfondsen en verzekeraars. Dat schrijft voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) in een brief aan de bewindsman en de vaste Kamercommissie voor Financiën. Volgens Lakeman misbruikt DNB het (her)toetsen om bedrijven haar wil op te leggen en is er sprake van intimidatie en een angstcultuur. Lakeman doet een oproep aan bestuurders die hiermee te maken hebben (gehad) zich bij SOBI te melden.   

In zijn brief stelt de SOBI-voorzitter dat DNB op basis van 'strategisch misbruik van de toetsing' haar wil aan individuele ondernemingen oplegt. "Het (dreigen) met hertoetsen wordt misbruikt om kandidaten te dwingen het beleid van de onderneming te wijzigen in de door DNB gewenste zin. Daaronder valt ook de wens het beleggingsbeleid te bepalen en zelfs de wens om de onderneming aan door DNB gewenste kandidaten te verkopen", zo schrijft Lakeman. De SOBI-voorzitter stelt dat DNB niet bevoegd is om besluiten over onteigening te nemen en dit tekort aan bevoegdheden met machtsmisbruik compenseert.

Een deugdelijke motivering en de mogelijkheid om bezwaar te maken ontbreken regelmatig en daardoor DNB breekt de wettelijke bescherming van onder haar toezicht staande instellingen af. Lakeman meent dat 'de willekeur en machtsmisbruik van de toezichthouders slechts negatieve gevolgen kan hebben voor de kwaliteit van beleidsbepalers in de Nederlandse financiële wereld'. Het misbruik van bevoegdheden en gezag door DNB is, schrijft de SOBI-voorzitter aan minister Dijsselbloem en de Kamercommissie, verboden op grond van artikel 365 van het Wetboek van Strafrecht. Als voorbeeld worden de levensverzekeraars De Onderlinge van 1719 uit Haarlem en Conservatrix uit Baarn genoemd waar in korte tijd in totaal 18 bestuurders zijn afgetoetst.

Volgens SOBI is het aantal onafhankelijke pensioenfondsen sinds 2000 van ruim 1000 teruggebracht tot ruim 200. De gemiddelde grootte van pensioenfondsen nam daardoor flink toe terwijl grotere fondsen géén betere resultaten behalen dan kleine. Lakeman noemt het onwaarschijnlijk dat een afname met 800 fondsen (door samengaan of overname) op basis van vrijwilligheid tot stand kwam. Hij is ervan overtuigd dat in veel gevallen bestuurders en commissarissen bezwijken voor de druk van DNB. Delta Lloyd legde zich echter níet neer bij een aftoetsing door DNB van haar CFO en stapte naar de rechter. Die bepaalde dat DNB door het voorschrijven van bepaalde beleggingen en dividendpolitiek ernstig buiten haar bevoegdheden was getreden.

Lakeman vraagt minister Dijsselbloem om ervoor te zorgen dat DNB niet langer (her)toetsingen misbruikt om er eigen beleidsvoornemens door te drukken. Ook bepleit hij dat DNB de wettelijke rechtsbescherming van onder haar toezicht staande instellingen ten volle respecteert. Verder mag DNB wat hem betreft geen aanwijzingen meer geven op terreinen die buiten haar bevoegdheid liggen.

Via het in 2014 door hem in het leven geroepen www.meldpuntdnb.nl ontvangt Lakeman informatie over de werkwijze van DNB jegens pensioenfondsen en verzekeraars. Hij roept bestuurders die slechte ervaringen hebben (gehad) met de toetsingsaanpak van DNB op zich bij hem te melden. 

donderdag 21 juli 2016

Lakeman gaat Deutsche Bank dagvaarden wegens rentederivaten

Directeur Pieter Lakeman van Swapschade gaat Deutsche Bank N.V. dagvaarden. Hij bereidt namens een aantal cliënten van Swapschade een medio augustus uit te brengen dagvaarding voor. Lakeman eist dat Deutsche Bank (die onlangs haar bankvergunning bij De Nederlandse Bank inleverde) de schade vergoedt die klanten van Deutsche Bank leden doordat deze bank en haar rechtsvoorgangers renteswaps in plaats van rentecaps verkochten. Het betreft schadeclaims die per onderneming variëren van enkele honderdduizenden tot circa 1 miljoen euro.

Aan klanten die Deutsche Bank N.V. van ABN AMRO overnam zijn volgens Swapschade geen rentecaps geadviseerd en zelfs niet aangeboden. Lakeman: "Bij de verkoop van de renteswaps aan met name MKB-bedrijven kwamen de rentecaps niet eens ter sprake. Door de verkochte renteswaps kon Deutsche Bank gratis profiteren van de rentedaling. Had de bank daarentegen rentecaps verkocht dan zou de klánt hebben geprofiteerd van de rentedaling. Een rentecap kostte gemiddeld ongeveer 0,5% premie per jaar tegen 4 tot 5% bij een renteswap. De bescherming tegen rentestijging was voor beide producten ongeveer gelijk."

Deutsche Bank heeft zich niet aangesloten bij het herstelkader van de door minister Dijsselbloem van Financiën ingestelde Onafhankelijke Derivatencommissie. Deutsche Bank heeft zelfs geen enkele schadevergoeding in het vooruitzicht gesteld. De bank nam jaren geleden een aantal klanten van ABN AMRO over, met alle lusten en lasten. Daaronder valt ook de aansprakelijkheid voor de schade die deze klanten hebben geleden door de aankoop van renteswaps van ABN AMRO.

De Nederlandse Bank (DNB) is akkoord gegaan met het onder voorwaarden inleveren van de bankvergunning door Deutsche Bank. Overigens weigert DNB te voldoen aan een verzoek van Swapschade om duidelijkheid te verschaffen over de aard en inhoud van die aan Deutsche Bank gestelde voorwaarden. Swapschade meent dat DNB aan de beëindiging van de bancaire activiteiten van Deutsche Bank in Nederland minstens één harde voorwaarde dient te verbinden namelijk dat alle schuldeisers volledig betaald worden.

Voor zover bekend is de claim van Swapschade de eerste tegen een Nederlandse bank die is gebaseerd op misselling (de verkoop van een verkeerd product). De Nederlandse banken hebben samen circa 10 miljard euro aan de verkoop van renteswaps aan het MKB verdiend.

donderdag 23 juni 2016

Lakeman: AFM en Euronext moeten Scheringa van beurs weren

Ondernemer Dirk Scheringa hoort vanwege een tekort schietend ethisch besef niet thuis op de Amsterdamse effectenbeurs. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en Euronext moeten hem daar weren. Dat stelt voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI). In een brief aan de besturen van de AFM en Euronext vraagt hij hen dringend een beursgang van Scheringa te voorkomen.

Scheringa is voornemens om met zijn bedrijf CS Factoring naar de beurs in Amsterdam te gaan. Hij wil dat doen door een zogenoemde omgekeerde overname van het lege beursfonds Lavide. In zijn brief aan de AFM en Euronext benadrukt Pieter Lakeman dat Scheringa als directeur en grootaandeelhouder van DSB met zijn bedrijfsvoering 'de ethische toets der kritiek onvoldoende kon doorstaan'. Daardoor zijn volgens Lakeman duizenden gezinnen 'in het ongeluk gestort'. Het publiek werd door Scheringa bewust op het verkeerde been gezet en hij deed onjuiste en niet altijd betrouwbare mededelingen.

De conclusie van Lakeman is duidelijk: "Een man met een dergelijke ethiek hoort niet thuis op de Amsterdamse effectenbeurs". De SOBI-voorzitter meent verder dat de onderneming van Scheringa geen toekomstperspectief heeft. Hij stelt dat CS Factoring nog geen vijf jaar bestaat, terwijl dat de minimumperiode is om een beursnotering te kunnen verkrijgen. Verder beschikt het bedrijf nauwelijks over eigen vermogen. In de optiek van Lakeman is de kans aanwezig dat Scheringa straks opnieuw partijen/personen financieel zal benadelen. Ook is het denkbaar dat De Nederlandse Bank aan zal dringen op een strengere wetgeving op het gebied van factoring met als mogelijk gevolg het moeten staken van de werkzaamheden van CS Factoring. 

maandag 8 februari 2016

Lakeman stelt Rabo aansprakelijk voor swapschade

Voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Swapschade stelt een collectieve procedure (massaclaim) tegen de Rabobank in het vooruitzicht.  Volgens Lakeman is de Rabobank aansprakelijk voor alle schade die voortvloeit uit vooral met mkb-bedrijven gesloten renteswap-overeenkomsten. Stichting Swapschade meent dat de Rabobank tekort is geschoten in de zorgplicht jegens klanten en velen van hen onjuist geïnformeerd of zelfs misleid heeft. Lakeman wil alle daaruit voortvloeiende schade op de Rabobank verhalen. Zijn stichting stuit de verjaring van relevante rechtsvorderingen en aanspraken.

In een brief aan de Raad van Bestuur van de Rabobank stelt Lakeman namens Stichting Swapschade dat door de bank bij de verkoop van renteswaps niet duidelijk is gewezen op mogelijke risico's en schades. Zo kunnen gedupeerde klanten bij het afsluiten van renteswapcontracten niet profiteren van rentedalingen, terwijl dat bij een rentecap wél had gekund. Ook directe en indirecte kosten als gevolg van het onderbrengen van klanten bij bijzonder beheer van de bank dienen volgens Lakeman te worden vergoed. Hetzelfde geldt voor kosten als gevolg van renteopslagen door de bank, voortvloeiend uit problemen van de bank zelf zoals liquiditeitsproblemen of problemen om geld uit de mark aan te trekken.

Met nadruk geeft Lakeman in zijn brief aan dat hij de Rabobank ook aansprakelijk stelt voor de sinds januari 2015 door de bank aan gedupeerde klanten verstrekte 'onjuist en misleidende informatie en onware gespreksverslagen'. Klanten die niet tegen deze misleidende gespreksverslagen in het geweer komen, lopen het risico dat dit door de rechter wordt geïnterpreteerd als een vorm van instemming met de Rabo-visie.

Stichting Swapschade kondigde eerder aan ook ABN AMRO aansprakelijk te stellen voor de schade als gevolg van de verkoop van renteswap-overeenkomsten. Inmiddels wordt met deze bank onderhandeld over een minnelijke regeling voor de bij Stichting Swapschade aangesloten ondernemers. Lakeman schrijft in zijn brief aan de Raad van Bestuur van de Rabobank dat hij bereid is om te proberen met deze bank tot een dergelijke regeling te komen. Hij nodigt de Rabobank uit om zo spoedig mogelijk met Stichting Swapschade in overleg te treden. Als deze uitnodiging niet op korte termijn wordt aanvaard, start Lakeman zijn collectieve procedure tegen de Rabobank.

vrijdag 4 december 2015

Curatoren DSB Bank willen 90 miljoen euro uitkeren

Schuldeisers van de in 2009 omgevallen DSB Bank krijgen al hun geld terug. De curatoren doen gedupeerden een aanbod, waarbij ze hun volledige vordering uitgekeerd krijgen, op voorwaarde dat ze afzien van rente en andere aanspraken.

Het gaat daarbij om 8000 mensen die meer dan 100.000 euro op hun rekening hadden staan. Ook zijn er 22.000 polisklanten waarbij de bank destijds veel te veel provisie had gerekend.

Het totale bedrag dat men wil uitkeren bedraagt 90 miljoen euro.

dinsdag 20 oktober 2015

Chipshol verkoopt compleet bedrijfsterrein

Gebiedsontwikkelaar Chipshol heeft het naast de Aalsmeerbaan bij Schiphol gelegen Groenenbergterrein verkocht aan het Franse AEW. Deze asset manager van vastgoedfondsen gaat er 102.000 m2 hoogwaardige logistieke faciliteiten bouwen. Dat gebeurt op basis van een eerder door Chipshol opgesteld en in juni door de gemeente Haarlemmermeer goedgekeurd masterplan voor het 21 hectare grote terrein. Voor eind januari 2016 worden de bouwvergunningen aangevraagd. De koopsom bedraagt 38 miljoen euro.

AEW Europa beheert voor bijna 18 miljard euro aan vastgoedfondsen en koopt het Groenenbergterrein ten behoeve van het door haar in 1999 opgerichte LOGISTIS FUND. Tot de institutionele beleggers die daarin participeren behoren onder meer de Nederlandse pensioenfondsen ABP en PGGM. Volgens Chipshol-topman Peter Poot is het uniek dat een beleggingsfonds besluit tot het ontwikkelen van een compleet logistiek park en betreft het de grootste grondtransactie ooit in de Schiphol-regio

Al eind januari zal de aanvraag voor de bouwvergunningen voor het gehele plan worden ingediend. Het door Chipshol ontwikkelde masterplan High Speed Logistics Park is ruim en groen van opzet, met brede wegen, veel manoeuvreerruimte en een beveiligde truckparking voor 80 vrachtwagens. High Speed Logistics Park is een zichtlocatie pal naast de Aalsmeerbaan van Schiphol en de recent omgelegde N201. Met het project is naar verwachting een  investering van ruim 100 miljoen euro gemoeid.

De verkoop van het Groenenberg-terrein maakt onderdeel uit van de vorig jaar aangekondigde strategie van gebiedsontwikkelaar Chipshol om haar grondposities rond Schiphol gefaseerd af te stoten. De in 1986 door Jan Poot op 62-jarige leeftijd opgerichte onderneming wilde in de Schiphol-regio een groene Airport City realiseren, een centrum van internationale allure van 2 miljoen m2 met onder meer hotels, congresfaciliteiten, appartementen en een shopping mall. Een essentieel onderdeel vormt de people mover Taxi 2000.

Door jarenlange tegenwerking van overheidswege is de Airport City meer dan 20 jaar vertraagd en werd de situatie voor Chipshol onwerkbaar. Om die reden is in 2014 besloten tot verkoop van alle grondposities in de Schiphol-regio.

Na het Groenenberg-terrein richt Chipshol zich op de verkoop van het vlakbij de Kaagbaan gelegen Pruissen-terrein. De gemeente Haarlemmermeer stelde daarvoor in september een bestemmingsplan vast dat onder meer de bouw van 60.000 m2 aan datacenters mogelijk maakt. Daarvoor hebben zich inmiddels diverse buitenlandse gegadigden gemeld.