maandag 16 april 2018

AFM dient tuchtklachten in tegen twee accountants PwC

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op 12 april 2018 tuchtklachten ingediend bij de Accountantskamer in Zwolle tegen twee accountants van PwC. De aanleiding hiervoor is het onderzoek dat de AFM vorig jaar is gestart naar aanleiding van publicaties in NRC Handelsblad naar omstreden betalingen bij dochterondernemingen van SHV.

De AFM heeft op 11 april 2017 bekendgemaakt een onderzoek in te stellen naar PwC. Aanleiding voor het onderzoek zijn publicaties in dagblad NRC Handelsblad op 25 en 28 februari 2017 naar omstreden betalingen bij dochterondernemingen van SHV, onder meer bij Econosto Mideast B.V. in Dubai. Het onderzoek naar de rol van de accountantsorganisatie PwC in deze zaak loopt nog.

Op grond van het onderzoek dient de AFM tuchtklachten in tegen twee accountants van PwC bij de Accountantskamer in Zwolle. De klachten hebben betrekking op de wettelijke controles die zijn uitgevoerd naar jaarrekeningen over de boekjaren 2011-2014. Oudere boekjaren zijn op grond van het tuchtrecht verjaard. De Accountantskamer neemt een klacht niet in behandeling wanneer tussen het moment van handelen of nalaten en het moment van indiening van de klacht een periode van zes jaar is verstreken.

Foto:  Petroniusz (cc)

woensdag 31 januari 2018

Lakeman eist namens woningcorporatie vergoeding swapschade van Rabo

Voorzitter Pieter Lakeman van de Stichting Swapschade heeft namens Stichting Woonservice Meander de Rabobank gedagvaard. Lakeman eist dat de bank alle schade vergoedt die de corporatie door het afsluiten van renteswap-contracten heeft geleden. Rabobank erkende al in 2009 dat zij renteswaps had verkocht om de corporatie te beschermen tegen renterisico’s die volgens eisers niet bestonden. De bank heeft echter slechts 167.000 euro schade vergoed. Swapschade eist in de vandaag gestarte procedure een aanvullende schadevergoeding van ruim 1.000.000 euro.

Hij oordeelt zeer kritisch over de verkoop van renteswaps aan het MKB en aan woningcorporaties: “Het betreft een speculatief product dat juist door de onopvallende juridische koppeling aan de Algemene Bankvoorwaarden grote onzichtbare risico’s in zich verborg. Voor zover Meander wél renterisico’s liep, had de bank een rentecap moeten adviseren. Dat is een volstrekt risicoloos product dat bovendien veel goedkoper was. Maar het belang van de klant werd bij de verkoop van renteswaps achtergesteld bij dat van de bank.“

Behalve met de begeleiding van ondernemers die met het Herstelkader willen meedoen is Swapschade inmiddels ver gevorderd met het opstellen van dagvaardingen  voor ondernemers die de 20% schadevergoeding van het Herstelkader onvoldoende achten.

Volgens Swapschade is een renteswap een speculatief en riskant product dat voor geen enkele MKB-er en voor geen enkele woningcorporatie geschikt was. De bank profiteerde van het feit dat Meander geen ervaring en deskundigheid had op het gebied van rentederivaten. Dat geldt volgens Lakeman overigens voor vrijwel alle MKB-ondernemingen en woningcorporaties.

maandag 29 januari 2018

Hoger beroep Lakeman tegen uitspraak Accountantskamer in tuchtzaak

Voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) tekent hoger beroep aan tegen een uitspraak van de Accountantskamer in een tuchtzaak tegen accountant De Kimpe van Ernst & Young (EY). Volgens Lakeman legde de EY-accountant in de Facultatieve-affaire ‘onware verklaringen’ af bij twee door EY goedgekeurde jaarrekeningen. De Accountantskamer verklaarde de door Lakeman ingediende klacht deels niet ontvankelijk en deels ongegrond. Lakeman is het daar niet mee eens en tekent hoger beroep aan.

In de tuchtklacht stelde Lakeman dat toenmalig VVD-voorzitter Henry Keizer c.s. het eigen vermogen van de verkochte Facultatieve-onderneming en ook dat van de kopende onderneming veel te laag had vastgesteld. Daardoor werd aan de opvallend lage verkoopprijs ‘een schijn van redelijkheid’ gegeven. EY-accountant de Kimpe had de jaarrekeningen volgens Lakeman niet goed mogen keuren. Ook stelde de SOBI-voorzitter dat de verkoop van de Facultatieve aan onder anderen VVD-voorzitter Henry Keizer door EY ten onrechte niet bij de Financial Intelligence Unit was gemeld.   

Over de uitspraak van de Accountantskamer zegt Lakeman: “De klacht van SOBI dat EY ten onrechte de jaarrekeningen 2012 B.V. Beheermaatschappij De Facultatieve en van de Facultatieve Groep B.V. (eigendom van Henry Keizer) heeft goedgekeurd is afgewezen omdat de Accountantskamer de tijdens de zitting door SOBI gegeven toelichting als een uitbreiding van de klacht heeft opgevat. Door beide jaarrekeningen goed te keuren is naar mijn mening onzichtbaar geworden dat Henry Keizer de onderneming voor een fractie van de reële waarde heeft verkregen. In het oordeel van de Accountantskamer wordt daar aan voorbij gegaan en mede daarom teken ik hoger beroep aan.”

De klacht van SOBI dat EY ten onrechte geen melding aan de Financial Intelligence Unit (FIU) heeft gedaan is ongegrond verklaard omdat EY meldingen daarover volgens de Accountantskamer niet openbaar hoeft te maken.

Eerder diende Lakeman tegen Keizer een strafklacht wegens oplichting in. Die zaak loopt nog.

donderdag 4 januari 2018

Uitspraak over tuchtklacht Lakeman tegen accountant EY komt later

De Accountantskamer heeft meer tijd nodig om een uitspraak te doen over de tuchtklacht die voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI)  in mei 2017 indiende tegen accountant M. De Kimpe van Ernst & Young (EY). De Accountantskamer hoopte 5 januari een uitspraak te doen, maar die schuift maximaal 15 weken op. Volgens Lakeman heeft de EY-accountant in de Facultatieve-affaire ‘onware verklaringen’ bij twee door EY goedgekeurde jaarrekeningen afgelegd. De SOBI-voorzitter heeft gezien de zwaarte van de zaak begrip voor het uitstel.

 Lakeman stelde in het voorjaar van 2017 dat toenmalig VVD-voorzitter Henry Keizer c.s. het eigen vermogen van de verkochte Facultatieve-onderneming en ook dat van de kopende onderneming veel te laag had vastgesteld. Daardoor werd aan de opvallend lage verkoopprijs ‘een schijn van redelijkheid’ gegeven. EY had de jaarrekeningen volgens Lakeman niet goed mogen keuren. De SOBI-voorzitter meende dat de verkoop van de Facultatieve aan onder anderen VVD-voorzitter Henry Keizer door EY ten onrechte niet bij de Financial Intelligence Unit was gemeld.   

 De bewering van EY dat de jaarrekeningen 2012 van de verkochte en van de kopende onderneming een getrouw beeld gaven van de grootte van het vermogen was volgens Lakeman onwaar. Hij nam het EY ook kwalijk dat de verdachte transactie niet gemeld werd bij de Financial Intelligence Unit van de overheid en vroeg daarom de Accountantskamer om EY-accountant De Kimpe te schorsen.

dinsdag 16 mei 2017

Lakeman klaagt bestuurders Facultatieve aan voor oplichting

Voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie SOBI heeft bij de Hoofdofficier van Justitie in Den Haag aangifte gedaan tegen bestuursleden van de Facultatieve. Hij beschuldigt hen van oplichting. De strafklacht betreft vijf personen die in 2012 bestuurder van de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie waren en vier bestuursleden van de BV Beheermaatschappij ‘de Facultatieve’ onder wie VVD-voorzitter Henry Keizer. Hij stelt dat met een warnet van verdichtselen voor het zittende management de weg is geëffend om de Facultatieve tegen een uitzonderlijk lage prijs te kopen.

Lakeman zegt dat Keizer c.s. externe deskundigen die voor een waardering van de onderneming moesten zorgen valse informatie hebben gegeven. Vervolgens hebben Keizer c.s. én het bestuur van de vereniging deskundigen opdracht gegeven belangrijke activa van de Beheermaatschappij buiten de waardering te houden. Zij hebben dit voor de Ledenraad, die over de verkoop moest beslissen, geheim gehouden. Het betrof verzekeringsactiviteiten en het Duitse vastgoed. “Door deze hoogst ongebruikelijke voorwaarde aan de deskundigen te stellen en deze voorwaarde voor de ledenraad geheim te houden hebben het bestuur van de Vereniging en de directie van de beheermaatschappij aan de ledenraad een valse voorstelling van zaken gegeven waardoor de Vereniging voor miljoenen euro’s werd benadeeld’, zo schrijft Lakeman aan de Hoofdofficier van Justitie.

Lakeman stelt in zijn aangifte dat de intrinsieke waarde van de verzekeringspoot eind 2012 ruim 10 miljoen euro bedroeg. Omdat ook de intrinsieke waarde van een 50-procents deelneming in Duits vastgoed met een waarde van 1,7 miljoen euro buiten de waardering moest worden gehouden, werd de Vereniging voor ca. 12 miljoen euro benadeeld. Lakeman: “Alles wijst op een bewuste politiek om de ledenraad te misleiden. Het bestuur moet er weet van hebben gehad dat Keizer c.s. probeerden de Vereniging op basis van onjuiste cijfers tegen een extreem laag bedrag in handen te krijgen.”

Het bestuur kreeg op 23 november toestemming van de ledenraad om haar  onderneming Beheersmaatschappij de Facultatieve Groep BV voor 12,5 miljoen euro aan Keizer c.s. te verkopen maar verkocht deze op 20 december 2012 voor € 30.000 aan de door Keizer c.s. opgerichte Facultatieve Groep BV. SOBI-voorzitter Lakeman meent op basis van zijn de werkelijke cijfers dat niet alleen Henry Keizer maar ook de betrokken bestuurders van de Vereniging juridisch aangepakt moeten worden. Hij vraagt de Hoofdofficier van Justitie daarom hen wegens oplichting te vervolgen.

woensdag 10 mei 2017

Tuchtklacht Lakeman tegen accountant E&Y wegens rol in zaak Keizer

Voorzitter Pieter Lakeman van de Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) heeft bij de Accountantskamer een tuchtklacht ingediend tegen een accountant van Ernst & Young (EY).

Volgens Lakeman zijn door EY-accountant M. de Kimpe in de Facultatieve-affaire ‘onware verklaringen’ bij twee door EY goedgekeurde jaarrekeningen afgelegd. Lakeman stelt dat VVD-voorzitter Henry Keizer c.s. het eigen vermogen van de verkochte Facultatieve-onderneming en ook dat van de kopende onderneming veel te laag heeft vastgesteld. Daardoor werd aan de opvallend lage verkoopprijs ‘een schijn van redelijkheid’ gegeven.

EY had de jaarrekeningen volgens Lakeman niet goed mogen keuren. De SOBI-voorzitter meent dat de verkoop van de Facultatieve aan onder anderen VVD-voorzitter Henry Keizer door EY ten onrechte niet bij de Financial Intelligence Unit is gemeld. Op 20 december 2012 kochten VVD-voorzitter Henry Keizer en drie collega’s voor 30.000 euro alle aandelen van uitvaartorganisatie de Facultatieve, die sinds 2009 jaarlijks 2 tot 3,5 miljoen euro winst had gerealiseerd. Keizer c.s. richtten op 20 december 2012 de besloten vennootschap Facultatieve Groep BV op die later die dag voor 30.000 euro alle aandelen van Beheersmaatschappij de Facultatieve Groep BV van de Vereniging kocht.

Keizer c.s. verlaagden de waarde van hun kopende vennootschap met 19 miljoen euro wegens negatieve goodwill. Daardoor kwam het eigen vermogen van hun kopende vennootschap uit op 29.911 euro. De 19 miljoen euro zou in de volgende jaren weer bij het eigen vermogen worden bijgeschreven. Door deze truc is de waarde van de aankoop voor de buitenwereld optisch met 19 miljoen euro verlaagd.

De bewering van EY dat de jaarrekeningen 2012 van de verkochte en van de kopende onderneming een getrouw beeld geven van de grootte van het vermogen is volgens Lakeman onwaar. Hij neemt het EY ook kwalijk dat de verdachte transactie niet gemeld is bij de Financial Intelligence Unit van de overheid en vraagt de Accountantskamer om EY-accountant De Kimpe te schorsen.

donderdag 4 mei 2017

Lakeman: Keizer hield eigen winst op Facultatieve verborgen

Eind 2012 kocht VVD-voorzitter Henry Keizer 51 procent van de aandelen van  uitvaartorganisatie De Facultatieve. Hij deed dat voor 15.300 euro via zijn houdstermaatschappij Judicus International Holding BV. Volgens voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) heeft Keizer daarna jarenlang de Judicus-jaarrekeningen gemanipuleerd.

Keizer nam de deelneming onder de echte waarde in zijn boeken op en bood in zijn jaarrekening niet het door de wet vereiste inzicht in vermogen en resultaat. Zo hield hij voor de buitenwereld verborgen dat hij een buitensporig voordelige deal had gedaan. In totaal hield Keizer tot en met 2015 volgens Lakeman 6,9 miljoen euro buiten zijn boeken en handelde hij onwettig.

In de jaarrekeningen van zijn houdstermaatschappij bleef Keizer vanaf 2012 zijn uiterst winstgevende deelneming voor 15.300 euro in de balans opnemen. Dit was slechts een fractie van de werkelijke waarde. Lakeman concludeert dat Keizer bij het opstellen van zijn jaarrekeningen een boekingstechniek hanteerde die absoluut niet het wettelijke vereiste inzicht in vermogen en resultaat biedt. “Ik vind het een als onfatsoenlijk en niet integer aan te merken vorm van trucage. Bedoeld om zaken te verhullen en in strijd met de wet”, zegt de SOBI-voorzitter.

Volgens Lakeman werd de trucage ingeleid door een tussenhandel. De vereniging verkocht kort na 20 december 2012 haar bestaande onderneming Beheersmaatschappij de Facultatieve Groep BV aan de speciaal daarvoor opgerichte Facultatieve Groep BV. Daarbij werd op willekeurige wijze 19 miljoen euro boekhoudkundig van het eigen vermogen afgetrokken wegens negatieve goodwill. Daardoor kwam het eigen vermogen van de Facultatieve Groep op precies 30.000 euro uit. De  19 miljoen euro zou in de volgende jaren weer bij het eigen vermogen worden bijgeschreven. Door deze truc is het verkoopbedrag met 19 miljoen euro verlaagd. Vervolgens verkocht de vereniging alle aandelen in de Facultatieve Groep BV voor 30.000 euro aan Keizer en zijn collega’s en raakte zo haar bedrijf dat in 2012 en 2013 jaarwinsten van 2 miljoen euro realiseerde voor slechts 30.000 euro kwijt.De houdstermaatschappij van Keizer nam de 15.300 euro niet alleen als koopprijs, maar ook als waardering in de balans op. Door de winst van 2013 steeg het eigen vermogen van De Facultatieve Groep BV eind 2013 tot 3,9 miljoen euro. Keizer bleef zijn 51 procent deelneming echter voor 15.300 euro in de balans van zijn houdstermaatschappij Judicus International Holding opnemen. Rekening houdend met de willekeurig afgeboekte negatieve goodwill was de werkelijke waarde van de 51 procent deelneming volgens Lakeman zelfs 10,9 miljoen euro.

Over 2014 was het eigen vermogen van de Facultatieve Groep door de ingehouden winst van 4,3 miljoen euro tot 8,5 miljoen euro gestegen. Het 51 procent winstaandeel van Keizer bedroeg 2,2 miljoen euro. In zijn jaarrekening 2014 toonde Keizer slechts een winst van 1.300 euro. Bovendien zette hij zijn 51 procent deelneming wederom voor 15.300 euro in de balans waardoor zijn jaarrekening niet het door de wet vereiste inzicht gaf.

Over 2015 bedroeg het nettoresultaat van de Facultatieve Groep 5,6 miljoen euro. Het winstaandeel  van Keizer was derhalve 2,86 miljoen euro. Hij toont in zijn jaarrekening 2015 echter een resultaat van slechts 515.000 euro. Het eigen vermogen van de Facultatieve Groep is dan 10,8 miljoen euro maar Keizer blijft zijn extreem winstgevende deelneming voor 15.300 euro in zijn balans zetten. Lakeman stelt na een analyse van de gepubliceerde jaarrekeningen van de Facultatieve en Judicus dat Keizer de werkelijke waarde van zijn deelneming op onwettige wijze heeft gefixeerd op 15.300 euro en pas in zijn medio 2016 gepubliceerde jaarrekening een te kleine winst toonde.

Niet alleen Henry Keizer maar ook de toenmalige bestuursleden van de vereniging kunnen door de leden juridisch  aansprakelijk worden gesteld. Die bestuursleden gaan alleen vrijuit als zij duidelijk aan kunnen tonen door Keizer om de tuin te zijn geleid. Als zij dat niet doen, lopen zij het risico voor alle uit het wanbeleid voortvloeiende schade aansprakelijk te worden gesteld. SOBI-voorzitter Lakeman vindt dat behalve Keizer ook de voormalige bestuurders verantwoording af moeten leggen over hun handelen.