dinsdag 16 mei 2017

Lakeman klaagt bestuurders Facultatieve aan voor oplichting

Voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie SOBI heeft bij de Hoofdofficier van Justitie in Den Haag aangifte gedaan tegen bestuursleden van de Facultatieve. Hij beschuldigt hen van oplichting. De strafklacht betreft vijf personen die in 2012 bestuurder van de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie waren en vier bestuursleden van de BV Beheermaatschappij ‘de Facultatieve’ onder wie VVD-voorzitter Henry Keizer. Hij stelt dat met een warnet van verdichtselen voor het zittende management de weg is geëffend om de Facultatieve tegen een uitzonderlijk lage prijs te kopen.

Lakeman zegt dat Keizer c.s. externe deskundigen die voor een waardering van de onderneming moesten zorgen valse informatie hebben gegeven. Vervolgens hebben Keizer c.s. én het bestuur van de vereniging deskundigen opdracht gegeven belangrijke activa van de Beheermaatschappij buiten de waardering te houden. Zij hebben dit voor de Ledenraad, die over de verkoop moest beslissen, geheim gehouden. Het betrof verzekeringsactiviteiten en het Duitse vastgoed. “Door deze hoogst ongebruikelijke voorwaarde aan de deskundigen te stellen en deze voorwaarde voor de ledenraad geheim te houden hebben het bestuur van de Vereniging en de directie van de beheermaatschappij aan de ledenraad een valse voorstelling van zaken gegeven waardoor de Vereniging voor miljoenen euro’s werd benadeeld’, zo schrijft Lakeman aan de Hoofdofficier van Justitie.

Lakeman stelt in zijn aangifte dat de intrinsieke waarde van de verzekeringspoot eind 2012 ruim 10 miljoen euro bedroeg. Omdat ook de intrinsieke waarde van een 50-procents deelneming in Duits vastgoed met een waarde van 1,7 miljoen euro buiten de waardering moest worden gehouden, werd de Vereniging voor ca. 12 miljoen euro benadeeld. Lakeman: “Alles wijst op een bewuste politiek om de ledenraad te misleiden. Het bestuur moet er weet van hebben gehad dat Keizer c.s. probeerden de Vereniging op basis van onjuiste cijfers tegen een extreem laag bedrag in handen te krijgen.”

Het bestuur kreeg op 23 november toestemming van de ledenraad om haar  onderneming Beheersmaatschappij de Facultatieve Groep BV voor 12,5 miljoen euro aan Keizer c.s. te verkopen maar verkocht deze op 20 december 2012 voor € 30.000 aan de door Keizer c.s. opgerichte Facultatieve Groep BV. SOBI-voorzitter Lakeman meent op basis van zijn de werkelijke cijfers dat niet alleen Henry Keizer maar ook de betrokken bestuurders van de Vereniging juridisch aangepakt moeten worden. Hij vraagt de Hoofdofficier van Justitie daarom hen wegens oplichting te vervolgen.

woensdag 10 mei 2017

Tuchtklacht Lakeman tegen accountant E&Y wegens rol in zaak Keizer

Voorzitter Pieter Lakeman van de Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) heeft bij de Accountantskamer een tuchtklacht ingediend tegen een accountant van Ernst & Young (EY).

Volgens Lakeman zijn door EY-accountant M. de Kimpe in de Facultatieve-affaire ‘onware verklaringen’ bij twee door EY goedgekeurde jaarrekeningen afgelegd. Lakeman stelt dat VVD-voorzitter Henry Keizer c.s. het eigen vermogen van de verkochte Facultatieve-onderneming en ook dat van de kopende onderneming veel te laag heeft vastgesteld. Daardoor werd aan de opvallend lage verkoopprijs ‘een schijn van redelijkheid’ gegeven.

EY had de jaarrekeningen volgens Lakeman niet goed mogen keuren. De SOBI-voorzitter meent dat de verkoop van de Facultatieve aan onder anderen VVD-voorzitter Henry Keizer door EY ten onrechte niet bij de Financial Intelligence Unit is gemeld. Op 20 december 2012 kochten VVD-voorzitter Henry Keizer en drie collega’s voor 30.000 euro alle aandelen van uitvaartorganisatie de Facultatieve, die sinds 2009 jaarlijks 2 tot 3,5 miljoen euro winst had gerealiseerd. Keizer c.s. richtten op 20 december 2012 de besloten vennootschap Facultatieve Groep BV op die later die dag voor 30.000 euro alle aandelen van Beheersmaatschappij de Facultatieve Groep BV van de Vereniging kocht.

Keizer c.s. verlaagden de waarde van hun kopende vennootschap met 19 miljoen euro wegens negatieve goodwill. Daardoor kwam het eigen vermogen van hun kopende vennootschap uit op 29.911 euro. De 19 miljoen euro zou in de volgende jaren weer bij het eigen vermogen worden bijgeschreven. Door deze truc is de waarde van de aankoop voor de buitenwereld optisch met 19 miljoen euro verlaagd.

De bewering van EY dat de jaarrekeningen 2012 van de verkochte en van de kopende onderneming een getrouw beeld geven van de grootte van het vermogen is volgens Lakeman onwaar. Hij neemt het EY ook kwalijk dat de verdachte transactie niet gemeld is bij de Financial Intelligence Unit van de overheid en vraagt de Accountantskamer om EY-accountant De Kimpe te schorsen.

donderdag 4 mei 2017

Lakeman: Keizer hield eigen winst op Facultatieve verborgen

Eind 2012 kocht VVD-voorzitter Henry Keizer 51 procent van de aandelen van  uitvaartorganisatie De Facultatieve. Hij deed dat voor 15.300 euro via zijn houdstermaatschappij Judicus International Holding BV. Volgens voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) heeft Keizer daarna jarenlang de Judicus-jaarrekeningen gemanipuleerd.

Keizer nam de deelneming onder de echte waarde in zijn boeken op en bood in zijn jaarrekening niet het door de wet vereiste inzicht in vermogen en resultaat. Zo hield hij voor de buitenwereld verborgen dat hij een buitensporig voordelige deal had gedaan. In totaal hield Keizer tot en met 2015 volgens Lakeman 6,9 miljoen euro buiten zijn boeken en handelde hij onwettig.

In de jaarrekeningen van zijn houdstermaatschappij bleef Keizer vanaf 2012 zijn uiterst winstgevende deelneming voor 15.300 euro in de balans opnemen. Dit was slechts een fractie van de werkelijke waarde. Lakeman concludeert dat Keizer bij het opstellen van zijn jaarrekeningen een boekingstechniek hanteerde die absoluut niet het wettelijke vereiste inzicht in vermogen en resultaat biedt. “Ik vind het een als onfatsoenlijk en niet integer aan te merken vorm van trucage. Bedoeld om zaken te verhullen en in strijd met de wet”, zegt de SOBI-voorzitter.

Volgens Lakeman werd de trucage ingeleid door een tussenhandel. De vereniging verkocht kort na 20 december 2012 haar bestaande onderneming Beheersmaatschappij de Facultatieve Groep BV aan de speciaal daarvoor opgerichte Facultatieve Groep BV. Daarbij werd op willekeurige wijze 19 miljoen euro boekhoudkundig van het eigen vermogen afgetrokken wegens negatieve goodwill. Daardoor kwam het eigen vermogen van de Facultatieve Groep op precies 30.000 euro uit. De  19 miljoen euro zou in de volgende jaren weer bij het eigen vermogen worden bijgeschreven. Door deze truc is het verkoopbedrag met 19 miljoen euro verlaagd. Vervolgens verkocht de vereniging alle aandelen in de Facultatieve Groep BV voor 30.000 euro aan Keizer en zijn collega’s en raakte zo haar bedrijf dat in 2012 en 2013 jaarwinsten van 2 miljoen euro realiseerde voor slechts 30.000 euro kwijt.De houdstermaatschappij van Keizer nam de 15.300 euro niet alleen als koopprijs, maar ook als waardering in de balans op. Door de winst van 2013 steeg het eigen vermogen van De Facultatieve Groep BV eind 2013 tot 3,9 miljoen euro. Keizer bleef zijn 51 procent deelneming echter voor 15.300 euro in de balans van zijn houdstermaatschappij Judicus International Holding opnemen. Rekening houdend met de willekeurig afgeboekte negatieve goodwill was de werkelijke waarde van de 51 procent deelneming volgens Lakeman zelfs 10,9 miljoen euro.

Over 2014 was het eigen vermogen van de Facultatieve Groep door de ingehouden winst van 4,3 miljoen euro tot 8,5 miljoen euro gestegen. Het 51 procent winstaandeel van Keizer bedroeg 2,2 miljoen euro. In zijn jaarrekening 2014 toonde Keizer slechts een winst van 1.300 euro. Bovendien zette hij zijn 51 procent deelneming wederom voor 15.300 euro in de balans waardoor zijn jaarrekening niet het door de wet vereiste inzicht gaf.

Over 2015 bedroeg het nettoresultaat van de Facultatieve Groep 5,6 miljoen euro. Het winstaandeel  van Keizer was derhalve 2,86 miljoen euro. Hij toont in zijn jaarrekening 2015 echter een resultaat van slechts 515.000 euro. Het eigen vermogen van de Facultatieve Groep is dan 10,8 miljoen euro maar Keizer blijft zijn extreem winstgevende deelneming voor 15.300 euro in zijn balans zetten. Lakeman stelt na een analyse van de gepubliceerde jaarrekeningen van de Facultatieve en Judicus dat Keizer de werkelijke waarde van zijn deelneming op onwettige wijze heeft gefixeerd op 15.300 euro en pas in zijn medio 2016 gepubliceerde jaarrekening een te kleine winst toonde.

Niet alleen Henry Keizer maar ook de toenmalige bestuursleden van de vereniging kunnen door de leden juridisch  aansprakelijk worden gesteld. Die bestuursleden gaan alleen vrijuit als zij duidelijk aan kunnen tonen door Keizer om de tuin te zijn geleid. Als zij dat niet doen, lopen zij het risico voor alle uit het wanbeleid voortvloeiende schade aansprakelijk te worden gesteld. SOBI-voorzitter Lakeman vindt dat behalve Keizer ook de voormalige bestuurders verantwoording af moeten leggen over hun handelen.

donderdag 20 april 2017

Tuchtklacht Lakeman tegen top PWC wegens niet melden fraude

Voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) heeft bij de Accountantskamer een tuchtklacht ingediend tegen voormalig topbestuurders  van accountantskantoor PWC. Volgens Lakeman tolereerde PWC bij een van haar klanten jarenlang een omkopingsfraude en werd die niet bij de bevoegde overheidsinstanties gemeld. Lakeman stelt dat de top van PWC wist dat het omkoping, valsheid in geschrifte en het maskeren van omkoping betrof. Het feit dat géén fraudemelding bij overheidsinstanties werd gedaan wijst volgens hem op een gebrek aan integriteit bij de betrokken PWC-bestuurders.

De zaak heeft betrekking op dubieuze praktijken bij dochterbedrijf Econosto Mideast BV van het SHV-concern. SHV was tot 2015 een controleklant van PWC. In zijn tuchtklacht stelt Lakeman – onder verwijzing naar  onthullingen in NRC Handelsblad - dat Econosto Mideast BV in de boekjaren 2009 tot en met 2014  ‘personen met contante betalingen omkoopt met het doel opdrachten voor de levering van goederen en diensten te ontvangen’. Deze steekpenningen werden als personeelskosten in de administratie opgenomen. Die administratie gaf daardoor een onjuist beeld van de werkelijkheid.

PWC had sinds februari 2010 weet van de gepleegde misdrijven, besprak die met het management van Econosto Mideast BV en SHV en noemde de gang van zaken blijkens publicaties in NRC Handelsblad ‘misleidend’. Lakeman rekent het de toenmalige PWC-bestuurders zwaar aan dat zij ondanks hun vaststelling dat er wellicht sprake was van valsheid in geschrifte en serieuze twijfels over de wettigheid van betalingen niets meldden bij de bevoegde overheidsinstanties. “Alleen al vanwege de lange duur en de aard van de fraude hadden bij de toenmalige PWC-top alle alarmbellen af moeten gaan. Men had die fraude moeten mélden in plaats van erover te zwijgen. Blijkbaar woog het belang van de klant zwaarder dan dat van de integriteit en gaf men er de voorkeur om de zaak naar buiten toe te verzwijgen”, aldus Lakeman.

In zijn tuchtklacht wijst de SOBI-voorzitter ook op de rol van voormalig PWC-accountant Bart Koolstra. Hij werkte 22 jaar bij het bedrijf en maakte in de periode 2010-2013 geen melding bij de bevoegde overheidsinstanties van de fraude bij Econosto Mideast BV. In 2015 trad Koolstra toe tot de Raad van Toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Volgens Lakeman had Koolstra echter moeten beseffen dat zijn nalatigheid in de Econosto-zaak hem voor die functie ongeschikt maakte. Onlangs trad hij uit eigen beweging tijdelijk terug uit de Raad van Toezicht van de AFM.  

woensdag 25 januari 2017

Oproep Lakeman aan Dijsselbloem: stop machtsmisbruik DNB

Minister Dijsselbloem van Financiën moet een einde maken aan machtsmisbruik door De Nederlandsche Bank (DNB) bij het toetsen van bestuurders en commissarissen van pensioenfondsen en verzekeraars. Dat schrijft voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) in een brief aan de bewindsman en de vaste Kamercommissie voor Financiën. Volgens Lakeman misbruikt DNB het (her)toetsen om bedrijven haar wil op te leggen en is er sprake van intimidatie en een angstcultuur. Lakeman doet een oproep aan bestuurders die hiermee te maken hebben (gehad) zich bij SOBI te melden.   

In zijn brief stelt de SOBI-voorzitter dat DNB op basis van 'strategisch misbruik van de toetsing' haar wil aan individuele ondernemingen oplegt. "Het (dreigen) met hertoetsen wordt misbruikt om kandidaten te dwingen het beleid van de onderneming te wijzigen in de door DNB gewenste zin. Daaronder valt ook de wens het beleggingsbeleid te bepalen en zelfs de wens om de onderneming aan door DNB gewenste kandidaten te verkopen", zo schrijft Lakeman. De SOBI-voorzitter stelt dat DNB niet bevoegd is om besluiten over onteigening te nemen en dit tekort aan bevoegdheden met machtsmisbruik compenseert.

Een deugdelijke motivering en de mogelijkheid om bezwaar te maken ontbreken regelmatig en daardoor DNB breekt de wettelijke bescherming van onder haar toezicht staande instellingen af. Lakeman meent dat 'de willekeur en machtsmisbruik van de toezichthouders slechts negatieve gevolgen kan hebben voor de kwaliteit van beleidsbepalers in de Nederlandse financiële wereld'. Het misbruik van bevoegdheden en gezag door DNB is, schrijft de SOBI-voorzitter aan minister Dijsselbloem en de Kamercommissie, verboden op grond van artikel 365 van het Wetboek van Strafrecht. Als voorbeeld worden de levensverzekeraars De Onderlinge van 1719 uit Haarlem en Conservatrix uit Baarn genoemd waar in korte tijd in totaal 18 bestuurders zijn afgetoetst.

Volgens SOBI is het aantal onafhankelijke pensioenfondsen sinds 2000 van ruim 1000 teruggebracht tot ruim 200. De gemiddelde grootte van pensioenfondsen nam daardoor flink toe terwijl grotere fondsen géén betere resultaten behalen dan kleine. Lakeman noemt het onwaarschijnlijk dat een afname met 800 fondsen (door samengaan of overname) op basis van vrijwilligheid tot stand kwam. Hij is ervan overtuigd dat in veel gevallen bestuurders en commissarissen bezwijken voor de druk van DNB. Delta Lloyd legde zich echter níet neer bij een aftoetsing door DNB van haar CFO en stapte naar de rechter. Die bepaalde dat DNB door het voorschrijven van bepaalde beleggingen en dividendpolitiek ernstig buiten haar bevoegdheden was getreden.

Lakeman vraagt minister Dijsselbloem om ervoor te zorgen dat DNB niet langer (her)toetsingen misbruikt om er eigen beleidsvoornemens door te drukken. Ook bepleit hij dat DNB de wettelijke rechtsbescherming van onder haar toezicht staande instellingen ten volle respecteert. Verder mag DNB wat hem betreft geen aanwijzingen meer geven op terreinen die buiten haar bevoegdheid liggen.

Via het in 2014 door hem in het leven geroepen www.meldpuntdnb.nl ontvangt Lakeman informatie over de werkwijze van DNB jegens pensioenfondsen en verzekeraars. Hij roept bestuurders die slechte ervaringen hebben (gehad) met de toetsingsaanpak van DNB op zich bij hem te melden. 

donderdag 21 juli 2016

Lakeman gaat Deutsche Bank dagvaarden wegens rentederivaten

Directeur Pieter Lakeman van Swapschade gaat Deutsche Bank N.V. dagvaarden. Hij bereidt namens een aantal cliënten van Swapschade een medio augustus uit te brengen dagvaarding voor. Lakeman eist dat Deutsche Bank (die onlangs haar bankvergunning bij De Nederlandse Bank inleverde) de schade vergoedt die klanten van Deutsche Bank leden doordat deze bank en haar rechtsvoorgangers renteswaps in plaats van rentecaps verkochten. Het betreft schadeclaims die per onderneming variëren van enkele honderdduizenden tot circa 1 miljoen euro.

Aan klanten die Deutsche Bank N.V. van ABN AMRO overnam zijn volgens Swapschade geen rentecaps geadviseerd en zelfs niet aangeboden. Lakeman: "Bij de verkoop van de renteswaps aan met name MKB-bedrijven kwamen de rentecaps niet eens ter sprake. Door de verkochte renteswaps kon Deutsche Bank gratis profiteren van de rentedaling. Had de bank daarentegen rentecaps verkocht dan zou de klánt hebben geprofiteerd van de rentedaling. Een rentecap kostte gemiddeld ongeveer 0,5% premie per jaar tegen 4 tot 5% bij een renteswap. De bescherming tegen rentestijging was voor beide producten ongeveer gelijk."

Deutsche Bank heeft zich niet aangesloten bij het herstelkader van de door minister Dijsselbloem van Financiën ingestelde Onafhankelijke Derivatencommissie. Deutsche Bank heeft zelfs geen enkele schadevergoeding in het vooruitzicht gesteld. De bank nam jaren geleden een aantal klanten van ABN AMRO over, met alle lusten en lasten. Daaronder valt ook de aansprakelijkheid voor de schade die deze klanten hebben geleden door de aankoop van renteswaps van ABN AMRO.

De Nederlandse Bank (DNB) is akkoord gegaan met het onder voorwaarden inleveren van de bankvergunning door Deutsche Bank. Overigens weigert DNB te voldoen aan een verzoek van Swapschade om duidelijkheid te verschaffen over de aard en inhoud van die aan Deutsche Bank gestelde voorwaarden. Swapschade meent dat DNB aan de beëindiging van de bancaire activiteiten van Deutsche Bank in Nederland minstens één harde voorwaarde dient te verbinden namelijk dat alle schuldeisers volledig betaald worden.

Voor zover bekend is de claim van Swapschade de eerste tegen een Nederlandse bank die is gebaseerd op misselling (de verkoop van een verkeerd product). De Nederlandse banken hebben samen circa 10 miljard euro aan de verkoop van renteswaps aan het MKB verdiend.

donderdag 23 juni 2016

Lakeman: AFM en Euronext moeten Scheringa van beurs weren

Ondernemer Dirk Scheringa hoort vanwege een tekort schietend ethisch besef niet thuis op de Amsterdamse effectenbeurs. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) en Euronext moeten hem daar weren. Dat stelt voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI). In een brief aan de besturen van de AFM en Euronext vraagt hij hen dringend een beursgang van Scheringa te voorkomen.

Scheringa is voornemens om met zijn bedrijf CS Factoring naar de beurs in Amsterdam te gaan. Hij wil dat doen door een zogenoemde omgekeerde overname van het lege beursfonds Lavide. In zijn brief aan de AFM en Euronext benadrukt Pieter Lakeman dat Scheringa als directeur en grootaandeelhouder van DSB met zijn bedrijfsvoering 'de ethische toets der kritiek onvoldoende kon doorstaan'. Daardoor zijn volgens Lakeman duizenden gezinnen 'in het ongeluk gestort'. Het publiek werd door Scheringa bewust op het verkeerde been gezet en hij deed onjuiste en niet altijd betrouwbare mededelingen.

De conclusie van Lakeman is duidelijk: "Een man met een dergelijke ethiek hoort niet thuis op de Amsterdamse effectenbeurs". De SOBI-voorzitter meent verder dat de onderneming van Scheringa geen toekomstperspectief heeft. Hij stelt dat CS Factoring nog geen vijf jaar bestaat, terwijl dat de minimumperiode is om een beursnotering te kunnen verkrijgen. Verder beschikt het bedrijf nauwelijks over eigen vermogen. In de optiek van Lakeman is de kans aanwezig dat Scheringa straks opnieuw partijen/personen financieel zal benadelen. Ook is het denkbaar dat De Nederlandse Bank aan zal dringen op een strengere wetgeving op het gebied van factoring met als mogelijk gevolg het moeten staken van de werkzaamheden van CS Factoring.