dinsdag 29 mei 2018

Lakeman: geen benoeming De Swaan wegens rol in renteswap-schandaal

Voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Swapschade vindt dat Tom de Swaan vanwege zijn rol in het renteswap-schandaal géén voorzitter van de Raad van Commissarissen van ABN AMRO kan worden. In een brief vraagt hij de leden van de financiële commissie van de Tweede Kamer vandaag om de voorgenomen benoeming van De Swaan bij de staatsbank te verhinderen. Sinds 2001 verkocht ABN AMRO onder verantwoordelijkheid van De Swaan 7000 ondeugdelijke renteswaps aan MKB-bedrijven. De daaruit voortvloeiende schade bedraagt 3 miljard euro. Lakeman noemt de voorgenomen benoeming een affront jegens het Nederlandse bedrijfsleven.

 In een zaak die hij namens tien gedupeerde mkb-bedrijven voert stelde Lakeman recent dat ABN AMRO onrechtmatig handelde, de zorgplicht schond, de gedupeerde bedrijven onjuist en onvolledig informeerde en hen bewust een speculatief en riskant product (renteswap) verkocht in plaats van een veilige rentecap. Hij vindt het van arrogantie getuigen dat ABN AMRO in de zoektocht naar een nieuwe voorzitter van de Raad van Commissarissen uitgerekend bij De Swaan uitkwam: “Hij was in de periode 1999-2006 CFO van de bank en stond mede aan de wieg van de verkoop van de volstrekt ondeugdelijke renteswaps. Zijn bank verkocht willens en wetens een volstrekt inferieur product. Mede door toedoen van De Swaan zijn de onverantwoord grote risico’s volledig bij de gedupeerde MKB-bedrijven gelegd.”

Volgens Stichting Swapschade hadden alle door ABN AMRO aan MKB-bedrijven verkochte swapcontracten al bij de ondertekening een negatieve waarde. Een deel van het vermogen werd automatisch - maar onzichtbaar voor de ondernemer – naar de bank overgeheveld. Medewerkers van de bank ontvingen voor de verkoop van renteswaps extra bonussen. Lakeman noemt De Swaan ‘de minst in aanmerking komende kandidaat voor de functie van hoogste interne toezichthouder bij ABN AMRO’. De voorzitter van Stichting Swapschade ziet de voorgenomen benoeming als ‘een regelrechte belediging aan het adres van met name het MKB’ en vreest dat een benoeming van De Swaan leidt tot een verdere vertraging van de afwikkeling van het renteswap-dossier. Hij doet een beroep op de leden van de vaste Kamercommissie voor financiën om de voorgenomen benoeming van De Swaan te blokkeren. De Nederlandse banken hebben met behulp van de negatieve startwaardes naar schatting van Lakeman meer dan één miljard euro naar zichzelf overgeheveld. Stichting Swapschade schat de algehele swapschade voor het Nederlandse MKB op minstens 10 miljard euro.

maandag 14 mei 2018

Lakeman eist voor MKB-bedrijven 7 miljoen van ABN AMRO wegens swapschade

Directeur Pieter Lakeman van Swapschade B.V. dagvaardt vandaag namens tien MKB-bedrijven ABN AMRO. Hij eist dat de bank alle schade vergoedt die deze bedrijven door het afsluiten van renteswap-contracten hebben geleden. Het schadebedrag bedraagt 7 miljoen euro. In zijn dagvaarding stelt Lakeman dat ABN AMRO onrechtmatig handelde, de zorgplicht schond, de gedupeerde bedrijven onjuist en onvolledig informeerde en hen bewust een speculatief en riskant product verkocht in plaats van een veilige rentecap.

Volgens Swapschade is het financieel risico van renteswaps in principe onbegrensd en door ABN AMRO volledig bij de gedupeerde MKB-bedrijven gelegd. Lakeman: “De bank had ze geen renteswaps, maar rentecaps moeten adviseren en verkopen. Een rentecap is een risicoloos financieel product dat de klant beschermt tegen rentestijgingen, terwijl een renteswap in alle gevallen de financiële risico’s van de klant ernstig vergroot, ten gunste van de bank.” Een cap kostte gemiddeld 2,5% van de hoofdsom terwijl de feitelijke schade voor de ondernemer bij aankoop van een swap gemiddeld meer dan 30% van de hoofdsom bedroeg.

Alle door de bank verkochte swapcontracten hadden voor de ondernemer al bij ondertekening een negatieve waarde. Een deel van het vermogen werd daardoor automatisch - maar onzichtbaar voor de ondernemer – naar de bank overgeheveld. Bij de tien MKB-bedrijven in kwestie ging het om gemiddeld 55.000 euro. Medewerkers van de bank ontvingen voor de verkoop van renteswaps extra bonussen.

De negatieve startwaarde leidde bij de bedrijven tot minder financiële reserves en solvabiliteit en een toegenomen kans op plaatsing door hun bank onder bijzonder beheer. Tevens was er sprake van een negatieve ontwikkeling van de bedrijfsgroei als gevolg van minder kredietmogelijkheden en werd het vervroegd aflossen van leningen bemoeilijkt. Andere negatieve gevolgen: een grotere kans op een faillissement en extra kosten als gevolg van onder meer een hogere renteopslag, nieuwe vastgoedtaxaties en het in moeten schakelen van adviseurs.

De Nederlandse banken hebben met behulp van de negatieve startwaardes naar schatting van Lakeman meer dan één miljard euro naar zichzelf overgeheveld. Swapschade schat de algehele swapschade voor het Nederlandse MKB op minstens 10 miljard euro.

Swapschade heeft er met het oog op de procesefficiency voor gekozen om gedupeerden met identieke grondslagen (zowel juridisch als feitelijk) op één dagvaarding naar voren te brengen. Er zijn, in aansluiting op de nu uitgebrachte dagvaarding, méér procedures in voorbereiding. Lakeman verwacht die binnen enkele maanden te kunnen starten. De rode draad in alle zaken is dat de renteswaps volgens hem nooit verkocht hadden mogen worden: “Men heeft willens en wetens een volstrekt inferieur en niet passend product verkocht. De onwetende klanten zijn niet gewaarschuwd voor de daaraan verbonden risico’s en niet gewezen op de niet riskante rentecaps. Het eigen belang stond voorop en de wettelijk vastgelegde zorgplicht is op een grove wijze geschonden.”  

maandag 16 april 2018

AFM dient tuchtklachten in tegen twee accountants PwC

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op 12 april 2018 tuchtklachten ingediend bij de Accountantskamer in Zwolle tegen twee accountants van PwC. De aanleiding hiervoor is het onderzoek dat de AFM vorig jaar is gestart naar aanleiding van publicaties in NRC Handelsblad naar omstreden betalingen bij dochterondernemingen van SHV.

De AFM heeft op 11 april 2017 bekendgemaakt een onderzoek in te stellen naar PwC. Aanleiding voor het onderzoek zijn publicaties in dagblad NRC Handelsblad op 25 en 28 februari 2017 naar omstreden betalingen bij dochterondernemingen van SHV, onder meer bij Econosto Mideast B.V. in Dubai. Het onderzoek naar de rol van de accountantsorganisatie PwC in deze zaak loopt nog.

Op grond van het onderzoek dient de AFM tuchtklachten in tegen twee accountants van PwC bij de Accountantskamer in Zwolle. De klachten hebben betrekking op de wettelijke controles die zijn uitgevoerd naar jaarrekeningen over de boekjaren 2011-2014. Oudere boekjaren zijn op grond van het tuchtrecht verjaard. De Accountantskamer neemt een klacht niet in behandeling wanneer tussen het moment van handelen of nalaten en het moment van indiening van de klacht een periode van zes jaar is verstreken.

Foto:  Petroniusz (cc)

woensdag 31 januari 2018

Lakeman eist namens woningcorporatie vergoeding swapschade van Rabo

Voorzitter Pieter Lakeman van de Stichting Swapschade heeft namens Stichting Woonservice Meander de Rabobank gedagvaard. Lakeman eist dat de bank alle schade vergoedt die de corporatie door het afsluiten van renteswap-contracten heeft geleden. Rabobank erkende al in 2009 dat zij renteswaps had verkocht om de corporatie te beschermen tegen renterisico’s die volgens eisers niet bestonden. De bank heeft echter slechts 167.000 euro schade vergoed. Swapschade eist in de vandaag gestarte procedure een aanvullende schadevergoeding van ruim 1.000.000 euro.

Hij oordeelt zeer kritisch over de verkoop van renteswaps aan het MKB en aan woningcorporaties: “Het betreft een speculatief product dat juist door de onopvallende juridische koppeling aan de Algemene Bankvoorwaarden grote onzichtbare risico’s in zich verborg. Voor zover Meander wél renterisico’s liep, had de bank een rentecap moeten adviseren. Dat is een volstrekt risicoloos product dat bovendien veel goedkoper was. Maar het belang van de klant werd bij de verkoop van renteswaps achtergesteld bij dat van de bank.“

Behalve met de begeleiding van ondernemers die met het Herstelkader willen meedoen is Swapschade inmiddels ver gevorderd met het opstellen van dagvaardingen  voor ondernemers die de 20% schadevergoeding van het Herstelkader onvoldoende achten.

Volgens Swapschade is een renteswap een speculatief en riskant product dat voor geen enkele MKB-er en voor geen enkele woningcorporatie geschikt was. De bank profiteerde van het feit dat Meander geen ervaring en deskundigheid had op het gebied van rentederivaten. Dat geldt volgens Lakeman overigens voor vrijwel alle MKB-ondernemingen en woningcorporaties.

maandag 29 januari 2018

Hoger beroep Lakeman tegen uitspraak Accountantskamer in tuchtzaak

Voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) tekent hoger beroep aan tegen een uitspraak van de Accountantskamer in een tuchtzaak tegen accountant De Kimpe van Ernst & Young (EY). Volgens Lakeman legde de EY-accountant in de Facultatieve-affaire ‘onware verklaringen’ af bij twee door EY goedgekeurde jaarrekeningen. De Accountantskamer verklaarde de door Lakeman ingediende klacht deels niet ontvankelijk en deels ongegrond. Lakeman is het daar niet mee eens en tekent hoger beroep aan.

In de tuchtklacht stelde Lakeman dat toenmalig VVD-voorzitter Henry Keizer c.s. het eigen vermogen van de verkochte Facultatieve-onderneming en ook dat van de kopende onderneming veel te laag had vastgesteld. Daardoor werd aan de opvallend lage verkoopprijs ‘een schijn van redelijkheid’ gegeven. EY-accountant de Kimpe had de jaarrekeningen volgens Lakeman niet goed mogen keuren. Ook stelde de SOBI-voorzitter dat de verkoop van de Facultatieve aan onder anderen VVD-voorzitter Henry Keizer door EY ten onrechte niet bij de Financial Intelligence Unit was gemeld.   

Over de uitspraak van de Accountantskamer zegt Lakeman: “De klacht van SOBI dat EY ten onrechte de jaarrekeningen 2012 B.V. Beheermaatschappij De Facultatieve en van de Facultatieve Groep B.V. (eigendom van Henry Keizer) heeft goedgekeurd is afgewezen omdat de Accountantskamer de tijdens de zitting door SOBI gegeven toelichting als een uitbreiding van de klacht heeft opgevat. Door beide jaarrekeningen goed te keuren is naar mijn mening onzichtbaar geworden dat Henry Keizer de onderneming voor een fractie van de reële waarde heeft verkregen. In het oordeel van de Accountantskamer wordt daar aan voorbij gegaan en mede daarom teken ik hoger beroep aan.”

De klacht van SOBI dat EY ten onrechte geen melding aan de Financial Intelligence Unit (FIU) heeft gedaan is ongegrond verklaard omdat EY meldingen daarover volgens de Accountantskamer niet openbaar hoeft te maken.

Eerder diende Lakeman tegen Keizer een strafklacht wegens oplichting in. Die zaak loopt nog.

donderdag 4 januari 2018

Uitspraak over tuchtklacht Lakeman tegen accountant EY komt later

De Accountantskamer heeft meer tijd nodig om een uitspraak te doen over de tuchtklacht die voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI)  in mei 2017 indiende tegen accountant M. De Kimpe van Ernst & Young (EY). De Accountantskamer hoopte 5 januari een uitspraak te doen, maar die schuift maximaal 15 weken op. Volgens Lakeman heeft de EY-accountant in de Facultatieve-affaire ‘onware verklaringen’ bij twee door EY goedgekeurde jaarrekeningen afgelegd. De SOBI-voorzitter heeft gezien de zwaarte van de zaak begrip voor het uitstel.

 Lakeman stelde in het voorjaar van 2017 dat toenmalig VVD-voorzitter Henry Keizer c.s. het eigen vermogen van de verkochte Facultatieve-onderneming en ook dat van de kopende onderneming veel te laag had vastgesteld. Daardoor werd aan de opvallend lage verkoopprijs ‘een schijn van redelijkheid’ gegeven. EY had de jaarrekeningen volgens Lakeman niet goed mogen keuren. De SOBI-voorzitter meende dat de verkoop van de Facultatieve aan onder anderen VVD-voorzitter Henry Keizer door EY ten onrechte niet bij de Financial Intelligence Unit was gemeld.   

 De bewering van EY dat de jaarrekeningen 2012 van de verkochte en van de kopende onderneming een getrouw beeld gaven van de grootte van het vermogen was volgens Lakeman onwaar. Hij nam het EY ook kwalijk dat de verdachte transactie niet gemeld werd bij de Financial Intelligence Unit van de overheid en vroeg daarom de Accountantskamer om EY-accountant De Kimpe te schorsen.

dinsdag 16 mei 2017

Lakeman klaagt bestuurders Facultatieve aan voor oplichting

Voorzitter Pieter Lakeman van Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie SOBI heeft bij de Hoofdofficier van Justitie in Den Haag aangifte gedaan tegen bestuursleden van de Facultatieve. Hij beschuldigt hen van oplichting. De strafklacht betreft vijf personen die in 2012 bestuurder van de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie waren en vier bestuursleden van de BV Beheermaatschappij ‘de Facultatieve’ onder wie VVD-voorzitter Henry Keizer. Hij stelt dat met een warnet van verdichtselen voor het zittende management de weg is geëffend om de Facultatieve tegen een uitzonderlijk lage prijs te kopen.

Lakeman zegt dat Keizer c.s. externe deskundigen die voor een waardering van de onderneming moesten zorgen valse informatie hebben gegeven. Vervolgens hebben Keizer c.s. én het bestuur van de vereniging deskundigen opdracht gegeven belangrijke activa van de Beheermaatschappij buiten de waardering te houden. Zij hebben dit voor de Ledenraad, die over de verkoop moest beslissen, geheim gehouden. Het betrof verzekeringsactiviteiten en het Duitse vastgoed. “Door deze hoogst ongebruikelijke voorwaarde aan de deskundigen te stellen en deze voorwaarde voor de ledenraad geheim te houden hebben het bestuur van de Vereniging en de directie van de beheermaatschappij aan de ledenraad een valse voorstelling van zaken gegeven waardoor de Vereniging voor miljoenen euro’s werd benadeeld’, zo schrijft Lakeman aan de Hoofdofficier van Justitie.

Lakeman stelt in zijn aangifte dat de intrinsieke waarde van de verzekeringspoot eind 2012 ruim 10 miljoen euro bedroeg. Omdat ook de intrinsieke waarde van een 50-procents deelneming in Duits vastgoed met een waarde van 1,7 miljoen euro buiten de waardering moest worden gehouden, werd de Vereniging voor ca. 12 miljoen euro benadeeld. Lakeman: “Alles wijst op een bewuste politiek om de ledenraad te misleiden. Het bestuur moet er weet van hebben gehad dat Keizer c.s. probeerden de Vereniging op basis van onjuiste cijfers tegen een extreem laag bedrag in handen te krijgen.”

Het bestuur kreeg op 23 november toestemming van de ledenraad om haar  onderneming Beheersmaatschappij de Facultatieve Groep BV voor 12,5 miljoen euro aan Keizer c.s. te verkopen maar verkocht deze op 20 december 2012 voor € 30.000 aan de door Keizer c.s. opgerichte Facultatieve Groep BV. SOBI-voorzitter Lakeman meent op basis van zijn de werkelijke cijfers dat niet alleen Henry Keizer maar ook de betrokken bestuurders van de Vereniging juridisch aangepakt moeten worden. Hij vraagt de Hoofdofficier van Justitie daarom hen wegens oplichting te vervolgen.